| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts |
| Blaasontsteking | ||
| cystitis | ||
| ICD-10 | N30 | |
| ICD-9 | 595 | |
| DiseasesDB | 29445 | |
|
|
||
Een blaasontsteking of cystitis is een infectie van de blaas. In de (normaal steriele) urine in de blaas vermenigvuldigen zich bacteriën, die ook het slijmvlies van de blaas aanvallen.
Blaasontsteking komt bij vrouwen vaker voor dan bij mannen, omdat zij een kortere urinebuis hebben.
Inhoud |
Infecties na katheterisatie komen vaak voor. Vaak zijn hierbij eerder genoemde bacteriële verwekkers betrokken. Ook anatomische afwijkingen of de aanwezigheid van nierstenen in de ureter of blaas kunnen leiden tot infecties.
Zelden verloopt een blaasontsteking zonder symptomen. Klachten van een blaasontsteking bestaan uit een branderig of pijnlijk gevoel bij plassen, loze aandrang, frequent plassen of een stinkende urine. Andere mogelijke symptomen zijn troebele urine, pijn in de onderbuik en rode afscheiding uit de urinebuis.
Elke blaasontsteking kan opstijgen naar de hogere urinewegen en kan een nierbekkenontsteking (pyelonefritis) of een prostatitis bij mannen veroorzaken. Ook kunnen bacteriën migreren naar de bloedbaan en een bloedvergiftiging veroorzaken. Uiteraard treden deze complicaties vooral op bij patiënten met een verzwakt immuunsysteem, zoals bejaarden of mensen met ernstige ziekten. Bij een pyelonefritis bestaat meestal flinke koorts, is er pijn in een of beide lendenen en treedt een behoorlijk ziektegevoel op.
Urineweginfecties worden behandeld met antibiotica. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen ongecompliceerde urineweginfecties en gecompliceerde urineweginfecties. Een ongecompliceerde urineweginfectie is gedefinieerd als een urineweginfectie bij een vrouw in de vruchtbare leeftijd zonder tekenen van opstijgende infectie.
Alle andere typen, zoals urineweginfecties bij mannen en jongens en jonge (pre-pubertale) meisjes zijn per definitie gecompliceerd. Bij gecompliceerde infecties worden vaak antibiotica voorgeschreven die niet alleen in de plas maar ook in het weefsel een voor bacteriën dodelijke concentratie bereiken. Overigens zijn antibiotica niet altijd noodzakelijk. Een niet behandelde urineweginfectie zal meestal na verloop van ongeveer drie weken vanzelf genezen. Een zogenaamde verwaarloosde blaasontsteking bestaat dus niet. Een niet behandelde blaasontsteking zal dus niet per definitie uitmonden in een nierbekkenontsteking; voor de ontdekking van de antibiotica gingen de meeste blaasontstekingen ook gewoon over.
De huisarts zal spontane genezing in het algemeen echter niet afwachten. Nitrofurantoine en trimethoprim zijn de meest gebruikte middelen. Een blaasontsteking bij een klein kind is in principe een reden voor verwijzing naar de kinderarts, niet zozeer vanwege de blaasontsteking zelf maar om mogelijke anatomische factoren op te sporen die blaasontsteking in de hand werken, zoals ureterovesicale reflux, een dubbel aangelegd nierkelksysteem, nierstenen of obstruerende kleppen in de plasbuis.
Een blaasontsteking is bij vrouwen vaak lastig te voorkomen. In het algemeen wordt geadviseerd bij het optreden van recidiverende blaasontstekingen veel te drinken, en goed uit te plassen (met name na geslachtsgemeenschap). Bij veel vrouwen gaat aan de meeste blaasontstekingen geslachtsgemeenschap vooraf. Bij de seks worden ook bacteriën door de plasbuis in de blaas gemasseerd. Belangrijk is ook om na de ontlasting nooit van achter naar voren af te vegen. Hierdoor komen bacteriën naar voren waardoor ook een blaasontsteking kan ontstaan. Niettemin zijn er naast vrouwen die nooit, of slechts eenmaal in hun leven een blaasontsteking doormaken ook vrouwen die er haast maandelijks één hebben.