Outils :Vous avez un site web ? Un blog ?
Technorati reactions rencontre |
De Maya's (Yucateeks Maya: maaya'ob, Spaans: mayas) zijn een volk in het zuiden van Mexico en noordelijk Centraal-Amerika. Er zijn 8 á 9 miljoen Maya's, verdeeld over 29 verschillende volkeren. In Guatemala wonen zo'n 6 miljoen Maya's, in Mexico 2,5 miljoen en in El Salvador, Belize en Honduras elk enkele duizenden. In de pre-Columbiaanse periode vormden zij een van de grote Meso-Amerikaanse beschavingen.
Inhoud |
Het Amerikaanse continent is relatief recent bevolkt: de mens verscheen pas aan het eind van de Paleolithicum. Tussen 70.000 en 10.000 vóór Chr. bereikten de eerste mensen de Nieuwe Wereld via een doorgang tussen de Aleoeten en de Beringstraat die, door de ophoping van ijsmassa’s in de beide poolgebieden waardoor het waterpeil enorm daalde, volledig droog lag. In de loop van duizenden jaren hebben alle jagers-verzamelaars zich verspreid over zowel Noord- als Zuid-Amerika. Tegen 10.000 voor onze jaartelling, loopt de natuurlijke brug echter weer onder water, door de stijging van de temperatuur; het ijs smelt. Het volk dat er nu woonde, was al vertrokken uit de Oude Wereld voordat de Neolithische revolutie een feit was. Zij moesten derhalve alle werktuigen en landbouwmethoden zelf uitvinden, maar werkten zich op tot een niveau gelijk aan dat van andere hoogstaande neolithische culturen in de wereld, zonder ooit contact te hebben gehad met deze samenlevingen.
Uit taalkundig en archeologisch onderzoek blijkt dat zij al rond 2000 vóór Chr. een herkenbaar eigen cultuur gehad moeten hebben. De archeologie heeft laten zien dat de Maya al vanaf die tijd begonnen zijn voor ceremoniële doeleinden bouwwerken neer te zetten. Van deze vroege tijd is het echter niet erg duidelijk waar de grenzen liggen tussen de eigenlijke Maya en hun buren, de Olmeken. De twee culturen schijnen elkaar beïnvloed te hebben. Uiteindelijk verdween de Olmeekse cultuur na zijn invloed over het schiereiland Yucatán en het huidige Guatemala uitgebreid te hebben.
De vroegste monumenten bestaan uit eenvoudige, soms met cement bedekte grafheuvels waarvan er een aantal in vrijwel intacte staat te vinden zijn in El Salvador (Tazumal en San Andrés). Deze zouden zich echter in latere tijden tot imposante, uit steen opgetrokken piramides ontwikkelen. In Cival in het laagland van Guatemala zijn daarvan al voorbeelden uit de 3e eeuw v.Chr. In later tijden ontstonden de beroemde steden Tikal, Palenque, Copán en Calakmul, naast Dos Pilas, Uaxactun, Altun Ha en vele andere steden.
Er ontstond een stadstatencultuur, gebaseerd op intensieve landbouw. De piramiden, die werden gebouwd in hun religieuze centra, zijn hiervan de meest indrukwekkende overblijfselen. Zij gaan vergezeld door de paleizen van hun koningen. Andere belangrijke overblijfselen zijn de opgerichte stenen die steles genoemd worden en hun vlotten die in die tijd veel gebruikt werden, ook door andere volkeren. De Maya zelf noemden ze Tetun ofwel boom-stenen. Zij stellen de heerser voor, meestal voorzien van een hiërogliefentekst die de daden van de koning beschrijft. De staten hadden onderling dikwijls oorlog. De maatschappij van de Maya’s kende een strikte hiërarchie en was onderverdeeld in klassen, zoals die van ambachtslieden, kooplieden en boeren.
De kunst en architectuur van de Klassieke Tijd (ong. 200-1200) wordt algemeen als de mooiste van de antieke Nieuwe Wereld beschouwd. Vooral het beeldhouwwerk en de stucreliëfs van Palenque en de beelden van Copán zijn zeer verfijnd. Zij tonen een gratie en nauwkeurigheid in het observeren van de menselijke vorm die de vroege archeologen deed denken aan de Klassieke Periode van de antieke Oude Wereld, wat de naam van het tijdperk verklaart. Een indruk van de schilderkunst van de klassieke Maya's kan men krijgen door de muurschilderingen van Bonampak (8ste eeuw), die van de Maya-kolonie in Cacaxtla (nabij Teotihuacan), en door de enkele eeuwen oudere van San Bartólo, daarnaast door talloze beschilderde schalen en vazen, die qua stijl weer deels verwant zijn aan (vooral) de codex van Dresden. Nu het schrift van de Maya deels ontcijferd is, is duidelijk geworden dat de Mayakunstenaars soms hun werk signeerden, wat maar bij weinige beschavingen het geval is.
Het schrift van de Maya wordt vaak naar analogie van dat van het oude Egypte een hiërogliefenschrift genoemd. Hoewel er geen verwantschap is, bestaat het inderdaad ook uit een combinatie van fonetische en ideografische tekens. Het is het enige schrift van de pre-Columbiaanse beschavingen dat in staat was de gesproken taal in vergelijkbare mate weer te geven als dat in de Oude Wereld het geval was.
De ontcijfering heeft echter veel voeten in de aarde gehad. Bij de Spaanse verovering zijn, tot afschuw van de plaatselijke hoeders van de bibliotheken, vrijwel alle Mayadocumenten verbrand als heidens en verwerpelijk. Slechts drie boeken (de codices van Dresden, Parijs, en Madrid; de zg. Grolier-codex is een vervalsing) hebben deze naar huidige maatstaven ronduit barbaarse vernietiging overleefd. Daarnaast bestaan de huidige overblijfselen voornamelijk uit opschriften in steen gehouwen op gebouwen en opgerichte stenen, vooral in steden die bij de komst van de Spanjaarden al lang verlaten en vaak door het oerwoud aan het zicht onttrokken waren.
Er worden zo nu en dan rechthoekige verfplakken gevonden, dit zijn waarschijnlijk overblijfselen van illustraties in lang vergane boeken. Helaas is het plaatselijke klimaat dusdanig dat het onwaarschijnlijk is dat enig organisch materiaal van een boek het verloop van vele eeuwen overleeft.
Sinds de 19e eeuw en het begin van de 20e is al enige kennis omtrent de Maya gereconstrueerd, vooral het talstelsel en de data van de uitgebreide Mayakalender. Daaruit ontstond een ietwat scheef beeld van een cultuur van wijze, geweldloze mensen die niets anders deden dan zich met astronomie bezighouden. Dit beeld is inmiddels grondig bijgesteld.
Vanaf de jaren 60 en 70 kwam er meer vaart in de zaak. De stroom van ontcijferingen houdt nog steeds aan. De laatste jaren (we schrijven 2008-2009) komt men zelfs geregeld de bewering tegen, dat het schrift zo goed als ontcijferd is. Dit geldt dan vermoedelijk de principes van het schriftsysteem. In werkelijkheid bestaan er bij het lezen van een langere Mayatekst die niet grotendeels uit kalenderdata bestaat nog zeer veel onzekerheden.
De Maya of misschien hun Olmeekse voorgangers hadden geheel onafhankelijk het begrip 'nul' (dat in de Oude Wereld pas laat werd ingevoerd) ontdekt. Ze gebruiken het getal 20 als grondtal van hun talstelsel. Inscripties vermelden soms getallen die tot in de honderden miljoenen reiken. De Maya deden bijzonder nauwkeurige astronomische waarnemingen en hadden een nauwkeurige en ingewikkelde kalender. Hun tabellen voor de bewegingen van de maan en de planeten zijn even goed of zelfs beter dan die van andere beschavingen die met het blote oog de hemel bestudeerden. De berekening van het zonnejaar is zelfs iets nauwkeuriger dan de waarde die als basis voor de Gregoriaanse kalender gebruikt is.
Vanaf de 8e en 9e eeuw trad het verval van de Mayacultuur in. De meeste steden van het centrale laagland werden verlaten. Oorlog, de gevolgen van roofbouw en droogte worden vaak genoemd als reden voor de neergang, alleen of in combinatie. Er zijn inderdaad archeologische aanwijzingen voor oorlog, opstand en hongersnood uit een aantal plaatsen in het laagland. De Mayacultuur is echter nooit verdwenen zoals wel wordt beweerd, maar zette zich voort aan de randen van het oude kernland: op het noorden van het schiereiland Yucatán en in de hooglanden van Guatemala.
De Mayasteden van het noordelijk laagland van Yucatán bleven echter nog aantal eeuwen floreren. Dit waren steden als Chichén Itzá, Uxmal, Edzná en Cobá. Na het verval van de heersende dynastieën van Chichen en Uxmal, heerste Mayapan over geheel Yucatán tot een opstand in 1450. Daarna viel het gebied weer uiteen in stadstaten tot de verovering door de Spanjaarden.
In de Post-Klassieke tijd bleven er ook bloeiende stadstaten in het zuidelijke hoogland. Een van deze staten, het K'iche'-rijk van Q'umarkaj is verantwoordelijk voor de Popol Vuh het bekendste Maya-boek. Het is een van de weinige geschriften die de opzettelijke vernietiging door de Spanjaarden ontsprong. Het handelt over geschiedschrijving en mythologie.
Christoffel Columbus kwam op zijn vierde reis in 1502 naar alle waarschijnlijkheid al in contact met Maya-handelaren, maar men gaat ervanuit dat de mislukte expeditie van Diego de Nicuesa in 1511 de eerste Europeaan was die de Mayabeschaving aantrof.
De Spanjaarden begonnen rond 1520 aan de verovering van het Mayagebied. Pedro de Alvarado onderwierp in 1523 en 1524 de K'iche' en Kaqchikel in het Guatemalteekse hoogland terwijl Francisco de Montejo, el mozo in 1546 door handig gebruik te maken van onderlinge rivaliteit tussen de Mayasteden Yucatán wist te onderwerpen. Een aantal van de Mayastaten bood taai verzet en het gebied was pas in 1697 volledig in Spaanse handen, alhoewel er nog regelmatig opstanden uitbraken. Nog in de negentiende eeuw raakte de Mexicaanse regering haar greep op Yucatán bijna volledig kwijt toen de Maya's tijdens de Kastenoorlog in opstand kwamen. De laatste schermutselingen vonden plaats in 1933.
In de koloniale tijd was het gebied grotendeels van de buitenwereld afgesloten en alleen de lokale bevolking had enige weet van de ruïnes van de oude steden. In 1839 bezocht een Amerikaans reiziger, John Lloyd Stephens Copán, Palenque en andere plaatsen in het gezelschap van een Engels architect en tekenaar Frederick Catherwood. Hun geïllustreerd verslag van de vondsten brachten een sterke belangstelling voor de vondsten en de bevolking van het gebied te weeg.
Vandaag zijn er zo'n 8 miljoen Maya-sprekende boeren en stedelingen in Guatemala, Belize, Honduras en in de Mexicaanse staten Yucatán, Quintana Roo, Campeche, Chiapas en Tabasco. Veel Maya's worstelen met het probleem dat ze enerzijds willen profiteren van de goede kanten van de moderne wereld, terwijl ze intussen niet hun eigen identiteit willen verliezen. Gedurende de twintigste eeuw zijn de Maya's niet alleen het slachtoffer geweest van achterstelling en ontrechting, maar ook van regelrechte vervolging en massamoord. De Guatemalteekse evangelische predikant en anticommunistische militaire dictator Efraín Rios Montt liet begin jaren '80 minstens 75.000 Maya's ombrengen. De Rooms-Katholieke Kerk van Guatemala heeft de vaak gruwelijke misdaden uitvoerig gedocumenteerd, hetgeen een bisschop van het aartsbisdom, Juan Gerardi, het leven kostte. Iemand die van Mayaanse zijde actie voert tegen voortbestaande rechteloosheid is Rigoberta Menchú (Nobelprijs voor de Vrede, 1992). Onder internationale druk zijn de laatste jaren overigens meer rechten toegekend aan het omvangrijke Mayaanse bevolkingsdeel.
In Mexico is de politicus Francisco Luna Kan actief voor de Maya's, de eerste Maya-gouverneur van Yucatán (1976). Ook in het Zapatistisch Leger voor Nationale Bevrijding zijn veel Maya's actief.
De belangrijkste plekken staan vetgedrukt
| Volken en Beschavingen van Meso-Amerika | |
|---|---|
![]() |