Strikt genomen is een minderheidstaal elke taal die in een bepaald gebied door een minderheid van de bevolking wordt gesproken. Taalkundigen hanteren de term doorgaans voor talen die:
Daarbij wordt het begrip doorgaans stilzwijgend beperkt tot talen die al eeuwenlang in een bepaald gebied in gebruik zijn; immigrantentalen als Turks en Chinees in Vlaanderen en Nederland worden meestal niet als minderheidstaal betiteld, of ze worden van het extra label 'allochtoon' voorzien.
Inhoud |
In de definitie van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden wordt het begrip 'minderheidstaal' officieel beperkt tot die talen die door de lidstaten van de Raad van Europa als zodanig worden erkend. Aan die erkenning zijn voor een staat bepaalde verplichtingen verbonden, die worden genoemd in hoofdstuk 3 van het bovengenoemde handvest. Er zijn verschillende niveaus van erkenning gerelateerd aan de verplichtingen die een staat op zich neemt om zich in te spannen voor het gebruik en behoud van een minderheidstaal. In Nederland heeft alleen het Fries de hoogste erkenning. Nederduits en Limburgs hebben beide een lagere staat van erkenning. Daar zijn echter geen taalkundige maar politieke redenen toe. Hieruit mag niet de conclusie getrokken worden dat het Fries meer minderheidstaal is dan Nederduits of Limburgs. Zou de overheid Nederduits en Limburgs de hoogste erkenning geven, dan zou zij zich verplichten net zo actief beleid te ontwikkelen rond deze talen als zij dat doet rond de Friese taal. Te denken valt aan onderwijs. Dit zou miljoenen gaan kosten. Qua aantal sprekers is het Nederduits de tweede taal van Nederland, niet het Fries.
België heeft uit vrees voor nog meer gevoelige taaldiscussies het handvest niet ondertekend. De Belgische lidstaatcommissie van het Europees Bureau voor Minderheidstalen beschouwt het Duits, het Luxemburgs en diverse Waalse variëteiten als minderheidstaal.
Erkenning van een variëteit als minderheidstaal door een staat, houdt niet automatisch in dat die variëteit ook in andere staten waarin zij wordt gebezigd, een dergelijke status krijgt. Zo gelden de Zigeunertalen Sinti en Roma in Duitsland als minderheidstaal, in Nederland en België evenwel niet. In een groot aantal staten (bijv. België en Denemarken) is het Duits minderheidstaal, maar in Duitsland uiteraard niet.
Een belangrijke taak op het stuk van voorlichting over de minderheidstalen binnen de Europese Unie berust bij het Europees Bureau voor Minderheidstalen. Deze organisatie hanteert een ruimere definitie van minderheidstaal dan het Europees handvest. Zij onderscheidt binnen de Europese Unie de volgende autochtone minderheidstalen: (stand 1994)
Hieronder volgt een lijstje van organisaties die zich bezighouden met de Europese minderheidstalen.