Een mineraal is een stof die in homogene vaste vorm (in mineralogische terminologie: gedegen) in de vrije natuur voorkomt. De meeste mineralen komen voor in kristallijne vorm voor, maar bijvoorbeeld obsidiaan heeft een amorfe structuur. De wetenschap die mineralen bestudeert wordt mineralogie genoemd, dit gebied van wetenschap heeft dikwijls raakvlakken met de chemie omdat mineralogie ook onderzoek doet naar de samenstelling van het mineraal, de meeste mineralen bestaan immers uit zouten.
Mineralen worden in het veld vaak herkend aan hun kristalvorm, hun kleur, de kleur die zij afgeven wanneer zij gekrast worden, hun streepkleur, hun hardheid, hun smeltgedrag, hun associatie met andere mineralen enz. Deze klassieke vorm van herkenning vergt veel ervaring en is niet altijd betrouwbaar. In de geologie is men daarom hoe langer hoe meer gaan vertrouwen op analyse achteraf van andere optische eigenschappen dan kleur, vooral door polarisatie-microscopie (lichtmicroscopie met gepolariseerd licht), röntgen-poederdiffractie, Röntgenfluorescentie spectrometrie, Elektronenstraal micro-analyse (elektronmicroprobe) en atoom absorptie spectrometrie. In sommige gevallen wordt infrarood-analyse toegepast.
Mineralen worden in Europa doorgaans in negen groepen verdeeld volgens de classificatie van Strunz. In de Verenigde Staten wordt de indeling volgens Dana voornamelijk gebruikt, waarbij mineralen in 78 groepen worden verdeeld. Elke groep uit de classificatie van Strunz omvat elementen of verbindingen met een specifieke structuur:
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Minerals van Wikimedia Commons. |
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Minerals op Wikimedia Commons. |