|
|
||
|---|---|---|
| Gesproken in: | Duitsland (Saksen en Brandenburg) | |
| Sprekers: | 50.000 | |
| Taalfamilie | Indo-Europees
|
|
| Dialecten: | Oppersorbisch, Nedersorbisch | |
| Alfabet: | Latijns | |
|
|
||
|
|
||
| ISO 639-1: -, | ||
|
|
||
Het Sorbisch is een West-Slavische taal, die gesproken wordt in de Lausitz (Łužica), een gebied in het oosten van Saksen (Sakska) en het zuidoosten van Brandenburg (Brambor), in Duitsland. De Sorben werden vroeger, net als de Karinthische Slovenen en andere Slavische minderheden, wel als Wenden betiteld. Deze naam wordt tegenwoordig als beledigend beschouwd.
Inhoud |
Het Sorbisch, dat circa 50.000 sprekers heeft, wordt onderverdeeld in twee varianten: Oppersorbisch en Nedersorbisch. Het Oppersorbisch, dat verreweg de meeste sprekers heeft, wordt gesproken rond de stad Bautzen (Budyšin), het Nedersorbisch rond Cottbus (Chośebuz). Deze beide steden zijn dan ook de culturele centra voor de Sorben, al wonen de sprekers van het Sorbisch juist in de omringende dorpen en niet in de steden zelf.
De eerste geschreven Sorbische teksten dateren uit de zestiende eeuw. Beide Sorbische talen hebben een eigen schrijftaal. Sorbisch en Sloveens zijn de enige Europese talen die de dualis (tweevoud) nog naast het enkel- en meervoud actief gebruiken. Het Oppersorbisch lijkt wat meer op het Tsjechisch en het Nedersorbisch meer op het Pools. De Sorben en de Polen wonen overigens pas sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog op korte afstand van elkaar.
Vroeger werden er in grote delen van oostelijk Duitsland Slavische talen en dialecten gesproken, bijvoorbeeld zelfs rond Lüchow in Nedersaksen. Veel plaatsnamen getuigen daar nog van, zoals Berlijn, Chemnitz en Dresden (Drježdźany).
In de DDR-tijd golden de Sorben als etalage voor de Minderheitenfreundlichkeit van het communistisch bewind. Sorbische cultuuruitingen kregen royaal financiële steun. Zo had de kleine Sorbische gemeenschap de beschikking over een eigen radiozender, kranten en tijdschriften in de eigen taal en een aantal Sorbischtalige of tweetalige scholen.
Een andere erfenis uit de DDR-tijd is de bruinkoolwinning, waarvoor al diverse Sorbische dorpen hebben moeten wijken. Het uiteenvallen van de Sorbischtalige gemeenschappen, die na de gedwongen verhuizing vaak verstrooid over de regio leven, vormt een bedreiging voor de functie van het Sorbisch als omgangstaal op het platteland. Na de Wende is de bruinkoolwinning gewoon doorgegaan. Ondanks massale protesten is rond 2000 het dorp Horno ontruimd om tot het laatste huis toe afgebroken te worden en plaats te bieden aan de bruinkoolindustrie.
De dominante taal in het woongebied van de Sorben is tegenwoordig het Duits. Deze taal heeft het Sorbisch en andere Slavische talen steeds verder teruggedrongen.
De Sorben in Sachsen vormen, mede door de bindende factor van de katholieke godsdienst, een zeer hechte gemeenschap. Dat zorgt voor een relatieve stabiliteit in het aantal sprekers van de kleine taal.
Als centrale cultuurraad fungeert de zogenaamde Domowina. Hoewel in de stad Bautzen weinig Sorbisch wordt gesproken, is het Sorbisch er opvallend aanwezig, in straatnaamborden, op winkels en zelfs in sommige winkels op prijskaartjes en kassabonnen. De Duitse overheid heeft het Sorbisch officieel als minderheidstaal erkend en door het ondertekenen en ratificeren van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden de verplichting op zich genomen het Sorbisch te beschermen en te ontwikkelen.
De Sorbische WITAJ-(welkom)kleuterscholen trekken behalve Sorbischtalige ook veel Duitstalige leerlingen. Na het volgen van tweetalig of Sorbischtalig basisonderwijs kunnen leerlingen terecht op het Sorbische gymnasium in Bautzen (Budyšin) of op de Sorbische Mittelschulen in Radibor (Radwor) en Bautzen. Sorbischtalig hoger onderwijs is er niet. Wel kan men in Leipzig (Lipsk) een universitaire studie Sorabistik volgen.
|
|
| Indo-Europese talen > Satem-talen > Slavische talen > | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
|