Netencyclo, The wikipedia mirror - Nederlandstalige Encyclopedie : Nederlandse dialecten

- Nederlandse dialecten -

Nederlandse dialecten :

Nederlandse dialecten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

In het Nederlands bestaan er veel verschillende regionale verschillen, zowel in Nederland als in Vlaanderen, het gezamenlijke hoofdgebied waar het Nederlands wordt gesproken. Deze regionale verschillen zijn dialecten of streektalen, die vaak weer onderverdeeld zijn in streek- en stadsdialecten, zoals: Hollands >> Zuid-Hollands >> Amsterdams. De indelingen vallen niet met de provinciegrenzen samen. Wel vormt in een aantal gevallen de provincie tevens de kern van een bepaald streektaalgebied.

Inhoud


[bewerk] Indelingskaart

Op de kaart worden de traditionele groepen en afzonderlijke dialecten weergegeven voor zover ze ten westen van de oostgrens van het Nederlandse taalgebied vallen. Er zijn echter dialectgroepen die deze oostgrens overschrijden. Zie daarvoor de paragraaf 'Wat zijn Nederlandse dialecten?' met de kaart: Nederlandse dialecten en hun oostelijke periferie.

Nederlandse dialecten

Legenda bij de indelingskaart

A. Zuidwestelijke groep (Zeeuws/West-Vlaams)

1. West-Vlaams, inclusief Frans-Vlaams en Zeeuws-Vlaams
2. Zeeuws

B. Noordwestelijke groep (Hollands)

3. Zuid-Hollands
4. Westhoeks
5. Waterlands* en Volendams*
6. Zaans*
7. Kennemerlands
8. West-Fries*
9. Bildts, Midslands, Stadsfries en Amelands*

* De dialectgroepen aangeduid met een asterisk worden weliswaar onder het Hollands gerekend, maar hebben vanouds een zeer sterk Fries substraat.

C. Noordoostelijke groep (Nedersaksisch)

10. Kollumerlands
11. Gronings en Noordenvelds
12. Stellingwerfs
13. Midden-Drents
14. Zuid-Drents
15. Twents
16. Twents-Graafschaps
17. Gelders-Overijssels (Achterhoeks) en Urks
18. Veluws

D. Noordelijk-centrale groep

19. Utrechts-Alblasserwaards

E. Zuidelijk-centrale groep in Nederland, België en (niet op de kaart aangegeven) in een aangrenzend deel van Duitsland

20. Zuid-Gelders
21. Noord-Brabants en Noord-Limburgs
22. Brabants
23. Oost-Vlaams

F. Zuidoostelijke groep (Limburgs) in Nederland, België en (niet op de kaart aangegeven) in een aangrenzend deel van Duitsland

24. Luiks-Limburgs, Centraal-Limburgs, Oost-Limburgs,
West-Limburgs, Zuidoost-Limburgs

[bewerk] Wat zijn Nederlandse dialecten?

Nederlandse dialecten en hun oostelijke periferie

Het begrip Nederlands dialect is niet makkelijk te definiëren.

Er zijn verschillende definities mogelijk.

[bewerk] Verwantschap als criterium

Één mogelijk criterium zou het verwantschap tussen een dialect een een taal kunnen zijn. Dit criterium leidt echter tot het volgende probleem: Nederduitse dialecten (in Duitsland) en Oostnederlandse dialecten zijn erg nauw met elkaar verwant. Maar men zou een Nederduits dialect niet Nederlands willen noemen, een Oostnederlands dialect daarentegen wel. Bovendien is het erg moeilijk de graad van verwantschap tussen dialecten nauwkeurig vast te stellen. [1]

De Belgische taalwetenschapper Guido Geerts laat zien welke problemen en onzekerheden er kunnen ontstaan wanneer men het Nederlandse taalgebied niet aan staatsgrenzen maar aan dialectkenmerken wil vastmaken. Bijvoorbeeld is het dialect van Bentheim (Duitsland) dichter bij het Standaardnederlands dan het Maastrichts of Hasselts. Omgekeerd overwegen in de dialecten ten Oosten van de Benrather linie de Duitse kenmerken, bijvoorbeeld in het Kerkraads of het dialect van Vaals. Er zijn echter ook kenmerken in de dialecten van Kerkrade en Aken die in het Nederlands voorkomen maar niet in het Duits. Op een puur taalkundige basis is dus niet te beoordelen of een grensdialect Nederlands of Duits genoemd moet worden. Om deze reden ziet Geerts af van de taalkenmerken-definite. [2]

[bewerk] Overkoepeling en verwantschap als criterium

De Belgische taalwetenschapper Jan Goossens heeft voorgesteld de graad van verwantschap te combineren met de overkoepeling door de Nederlandse standaardtaal. Volgens dit gecombineerde criterium zijn dialecten Nederlands die met het Nederlands verwant zijn en daar worden gesproken waar het Nederlands - en geen nauwer verwante taal - de cultuurtaal is. De beperking geen nauwer verwante taal is nodig om de Friese en de Nederlandse dialecten uit elkaar te kunnen houden. Goossens gaat ervan uit dat in het grootste gedeelte van de provincie Friesland het Fries de cultuurtaal is (naast het Nederlands). Omdat de dialecten in Friesland nauwer met het Fries dan met het Nederlands zijn verwant, zijn het dus Friese dialecten, geen Nederlandse. De Nederlandse dialecten in Frans-Vlaanderen (het Frans-Vlaams) zouden volgens deze definitie echter geen Nederlandse dialecten zijn omdat daar het Nederlands geen cultuurtaal is. Goossens merkt daarbij op dat zijn definitie niet puur linguïstisch maar eerder sociolinguïstisch is. Hij betoogt dat men met een puur linguïstische definitie niet goed kan werken. [1]

[bewerk] Indeling van de dialecten

De Nederlandse dialecten heeft men steeds weer anders ingedeeld. Het is gebleken dat een eenduidige indeling niet makkelijk te vinden is.

Aan het einde van de 19de eeuw en in het begin van de 20e eeuw speelden de oude Germaanse stammen een belangrijke rol bij het indelen van de dialecten. Zo kwam men tot de indeling in Frankische, Saksische en Friese dialecten waarbij de onder-dialecten naar provincies werden vernoemd. Men begreep echter dat de dialectgrenzen geen oude stammengrensen zijn. Men bleef de oude begrippen Frankisch, Saksisch en Fries gebruiken maar men zag ervan af de begrippen in verband te brengen met de oude Franken, Saksen en Friezen. Men gebruikte deze begrippen slechts als namen in een grove indeling. [1]

Later tekende men dialectkaarten op basis van isoglossen. Dat wil zeggen dat men bijvoorbeeld onderzocht in welke streek een bepaalde klinker als één enkele klinker (monoftong) of als tweeklank werd uitgesproken, en men tekende een grenslijn (isoglosse) tussen die twee gebieden. Die methode heeft echter het nadeel dat diegene die de kaart tekent, zelf beslist welke taalverschillen belangrijk zijn en met isoglossen gemarkeerd worden en welke niet. [1]

Een andere methode dialecten in te delen berust op de beoordeling van de sprekers zelf. Men vraagt dialectsprekers welke anderen dialecten op het eigen dialect lijken. Als de dialecten van twee plaatsen op elkaar lijken tekent men een pijltje van de ene plaats naar de andere, daarvandaan de naam pijltjesmethode. Het is echter niet zeker of de zo verkregen gegevens betrouwbaar zijn. In de praktijk moet de taalwetenschapper deze gegevens nog controleren, op basis van eigen ervaringen of met de hulp van collega's. [1]

Nederfrankisch spraakgebied (exclusief Zuidoost-Limburgs).

[bewerk] West-Vlaams—Zeeuwse dialecten

[bewerk] Hollands-Frankische dialecten

[bewerk] Centrale dialecten

[bewerk] Limburgse dialecten

N.B. Duidelijke taalgrenzen tussen de Limburgse dialecten in Nederland en Duitsland zijn niet aan te wijzen. Wanneer ze door het Nederlands als daktaal worden overkoepeld, worden ze tot de Nederlandse dialecten gerekend. De Limburgse dialecten in Duitsland worden in zoverre echter ook tot de Nederlandse gerekend, dat ze op een kleinere afstand van de Nederlandse cultuurtaal staan dan van de Duitse. Ze behoren immers ook tot het Nederfrankisch.

[bewerk] (Nederlandse) Nedersaksische dialecten

Nedersaksische streektalen in Nederland en Duitsland.

N.B. Duidelijke taalgrenzen tussen de Nedersaksische dialecten in Nederland en Duitsland zijn niet aan te wijzen. Wanneer ze door het Nederlands als daktaal worden overkoepeld, worden ze tot de Nederlandse dialecten gerekend.

[bewerk] Niet continentale dialecten

[bewerk] Afrikaans

[bewerk] Situatie in Nederland

Zie ook: Nederlands in Nederland

Na de Tweede Wereldoorlog is de situatie van de Nederlandse dialecten sterk gewijzigd. Veel dialectologen stellen vast dat de dialecten in bijna alle delen van Nederland door het Standaardnederlands wordt teruggedrongen. Eveneens oefent de standaardtaal een grote invloed uit op de dialecten. De lokale dialecten worden steeds meer door regiolecten vervangen, dus door regionale omgangstalen, die zich tussen dialect en standaardtaal bevinden. Dit heeft verschillende oorzaken:

[bewerk] Op het platteland

In de 19e eeuw spraken de meeste mensen op het platteland bijna uitsluitend dialect ook al leerden ze in de school het lezen en schrijven van de standaardtaal. In de 20e eeuw bestond er een diglossie (tweetaligheid), dat wil zeggen dat dialect en standaardtaal naast elkaar existeerden. Daarbij hoorden ze tot verschillende bereiken van het leven en hadden verschillende taken. Het dialectgebruik was gebonden aan de mondelinge communicatie, de standaardtaal aan de schriftlijke. [3]

[bewerk] In de steden

In de steden, zeker in de grotere steden, bestond er geen diglossie, dus geen taakverdeling van dialect en standaardtaal maar eerder een concurrentie tussen die twee taalvormen. De standaardtaal had het hogere prestige. De standaartaal was een teken voor het bereiken van een hogere maatschappelijke positie en tegelijkertijd de voorwaarde hiervoor. De standaardtaal werd toonaangevend terwijl het dialect een kenmerk werd van de lagere klasse. Op het platteland bestonden dialect en standaardtaal naast elkaar, in de steden boven elkaar. Dit leidde tot een sterke invloed van de standaardtaal op de stadsdialecten. [3]

[bewerk] Regiolecten

In de tijd na de Tweede Wereldoorlog ontstonden de regiolecten, die de dorpsdialecten steeds meer verdringen. De taalverschillen zijn nu niet meer geografisch (dus tussen twee dorpen of streken) maar worden gedefinieerd aan de hand van de afstand tot de standaardtaal. Sommige taalvormen zijn dichtbij de standaardtaal, andere ver ervan verwijderd. [3]

[bewerk] Opvoeding

Sinds het midden van de jaren 60 van de 20e eeuw proberen de meeste Nederlandse ouders met hun kinderen Standaardnederlands te spreken om ze te behoeden voor vermeende of feitelijke nadelen. Wanneer de ouders de standaardtaal echter niet voldoende beheersen, kan dit tot problemen leiden wanneer de kinderen die standaardtaal op school moeten gebruiken. In sommige gemeentes zijn er om die reden pogingen gedaan in de school bijzondere aandacht te besteden aan het dialect van de kinderen om een tweetaligheid (dialekt en standaardtaal) op te bouwen of te bewaren, bijv. in Kerkrade. [3]

[bewerk] Dialectrenaissance

Er is geen Nederlandse dialectrenaissance in de zin dat er weer meer dialect wordt gesproken (stand: 1992). De dialectrenaissance moet tot dusver worden opgevat als een culturele opbloei van de dialecten, bijvoorbeeld in streektaalmuziek en regiosoaps. Weliswaar zeggen veel Nederlanders dat men de dialecten zou moeten bewaren, maar dit leidt er niet toe dat men meer dialect spreekt. [3]

[bewerk] Invloed op het Standaardnederlands

De regiolecten van de Randstad oefenen een steeds grotere invloed uit op de gesproken standaardtaal. Regionale taalvormen geraken vanuit de regiolecten in het gesproken Standaardnederlands van mensen uit de middenklasse en bovenklasse. In Vlaanderen wordt deze vorm van het Standaardnederlands vaak becritiseerd. [3]

[bewerk] Situatie in België

Zie ook: Nederlands in België

[bewerk] Dialect en Standaardnederlands

In Vlaanderen bestond lange tijd geen Nederlandse cultuurtaal maar waren er slechts dialecten. Als cultuurtaal fungeerde er het Frans. In de jaren 30 van de 20e eeuw werd in België de "dubbele eentaligheid" ingevoerd. Dit betekende dat Vlaanderen het Nederlands als enige ambtelijke en schooltaal ging gebruiken en Wallonië het Frans. Na de invoering van de "dubbele eentaligheid" begon de middenklasse in de Vlaamse steden het Nederlands als cultuurtaal te gebruiken. Dit Standaardnederlands was echter beïnvloed door de dialecten omdat de dialecten een belangrijke rol speelden. Bovendien klonk het zuidelijke Standaardnederlands ouderwetser en schrijftaliger dan het Standaardnederlands in Nederland omdat veel sprekers het Standaardnederlands uit boeken leerden. Pas in de tweede helft van de 20e eeuw werd het Standaardnederlands in heel Vlaanderen bekend (dus ook buiten de stedelijke middenklasse). Dit betekende echter niet dat het Standaardnederlands ook algemeen wordt gebruikt. De Vlamingen beheersen het Standaardnederlands gemiddeld niet zo zeker als de Nederlanders. In het dagelijks leven van de meesten Vlamingen zijn de dialecten belangrijker dan het Standaardnederlands. Het Standaardnederlands is in Vlaanderen ook sterker door de dialecten beïnvloed dan in Nederland. Tot in de vroege jaren 70 van de 20e eeuw werd het Standaardnederlands door de meeste Vlamingen slechts zelden gesproken, alleen maar geschreven. Er was dus een diglossie, een taakverdeling tussen dialect en Standaardnederlands. [3]

[bewerk] Taalvormen

Sommige taalwetenschappers maken een onderscheid tussen vijf vormen van het Nederlands in Vlaanderen waarbij er vloeiende grenzen tussen die taalvormen zijn:

[bewerk] Houding tegenover de dialecten

Enquêtes in de jaren 70 van de 20e eeuw hebben laten zien dat de meeste Vlamingen het dialect niet geschikt achten voor het gebruik in school en massamedia. Ongeveer de helft van de bevraagden acht het dialect geschikt voor de communicatie tussen ouders en kinderen. [3]

[bewerk] Beheersing van de dialecten

Eind jaren 70 werd er een enquête doorgevoerd aan alle Vlaamse universiteiten. Daarbij bleek: niet met dialect opgegroeid waren

Bij een enquête in de provincie Westvlaanderen in het jaar 1987 zeiden 98% van de bevraagden dat ze geregeld dialect spraken. Soortgelijke enquêtes in Brabant (1985) en Limburg (1987) toonden aan dat er in deze streken grote verschillen waren bij de vragen hoe goed men het dialect beheerst, hoe vaak men het spreekt en hoe men het emotioneel waardeert. Dit betekent dat de dialecten in West-Vlaanderen nog door een erg groot gedeelte van de bevolking worden gebruikt terwijl in de andere streken bepaalde delen van de bevolking de voorkeur geven aan andere de taalvormen. [3]

[bewerk] Politieke grenzen en taalgrenzen

Politieke en godsdienstige grenzen kunnen invloed hebben op de verspreiding van taalkenmerken.

[bewerk] Gete-linie, oude politieke grens

De Gete-linie, een dialectgrens in het Oosten van België, is tussen Halen (ten Oosten van Diest) en Zoutleeuw (ten Oosten van Tienen) de oude grens tussen het hertogdom Brabant enerzijds en het graafschap Loon en het prinsbisdom Luik anderzijds. Ten Oosten van deze dialectgrens liggen de plaatsen Donk, Rummen, Graze en Binderveld, die vroeger bij Loon hoorden. Ten Westen van deze dialectgrens liggen de plaatsen Halen, Geetbets, Zoutleeuw en Melkwezer, die vroeger bij het hertogdom Brabant hoorden. [2]

[bewerk] Zeeuws-Vlaanderen

Zeeuws-Vlaanderen is een gebied in het Zuiden van Zeeland, aan de benedenloop van de Schelde. Dit gebied was tijdens de Tachtigjarige Oorlog fel omstreden en is meerdere malen van bezitter veranderd. Tijdens de oorlog werden de dijken verwaarloosd of om strategische redenen doorstoken zodat dit gebied rond 1590 grotendeels onder water was en gedeeltelijk ontvolkt. Het Westen van het gebied en het Land van Axel (in de gemeente Terneuzen) werden vanuit Zeeland herbevolkt, namelijk met calvinistische bevolking. Het gebied rond Hulst (verder oostelijk) werd vanuit het Waasland herbevolkt, dus vanuit het katholieke Oost-Vlaanderen. De hoger gelegen gebieden werden niet overstroomd en bleven katholiek. Bovendien had de overstroming land weggespoeld en er waterarmen doen ontstaan. De bevolkingsbewegingen, de godsdienstige tegenstellingen en de nieuw ontstane waterarmen leidden ertoe dat in Zeeuws-Vlaanderen dialectgrenzen vaker dan elders met de staatsgrens samenvallen. [4]

De katholieke plaatsen in Zeeuws-Vlaanderen, bijv. Eede, Heille, Sint-Kruis en Biezenpolder, hadden veel contact met het eveneens katholiek Oost-Vlaanderen. Door deze contacten zijn veel Franse begrippen in de plaatselijke dialecten gekomen. [2]

[bewerk] Brabantse expansie

Er bestaat in Vlaanderen sinds enkele decennia het verschijnsel dat Brabantse woorden zich uitbreiden over de andere Nederlandstalige provincies van België. Daarbij kunnen de Brabantse woorden ook Standaardnederlandse woorden verdringen. Dit wordt dan Brabantse expansie genoemd. Voorbeeld: Limburgers, die van huis uit kapelaan zeggen, kunnen in hun Standaardnederlands het Brabantse woord onderpastoor gebruiken ofschoon kapelaan in het Standaardnederlands wel gebruikelijk is. [2]

[bewerk] Duits-Nederlandse grens

De tegenwoordige staatsgrens tussen Duitsland en Nederland was vroeger geen beduidende dialectgrens. Dialectgrenzen in het Oost-Nederlandse-Westnederduitse gebied verliepen maar zelden langs de staatsgrens. In dit gebied bestond er een Continentaal-Westgermaans dialectcontinuüm dat de Nederlandse en de Duitse dialecten bevatte. Dit dialectcontinuüm staat op het punt langs de Nederlands-Duitse staatsgrens uiteen te vallen.

De Duitse taalwetenschapper Theodor Frings schreef al in 1926 dat de staatsgrens een dialectgrens aan het worden was. [5]

De taalwetenschapper Hermann Niebaum stelt vast dat het oude dialectcontinuüm langs de Eems, tussen de Overijsselse Vecht en de Dollard, aan het oplossen is. Dit heeft verschillende redenen:

Ook verder zuidelijk, in het gebied tussen de Vecht en de Nederrijn, zijn er soortgelijke ontwikkelingen. In het bijzonder bij de woordenschat is er een duidelijke kloof ontstaan tussen de Oostnederlandse en de Westnederduitse dialecten. Maar ook bij het communicatiegedrag zijn er duidelijke verschillen: op de Nederlandse kant van de grens beheerst men de dialecten beter en gebruikt ze ook vaker dan op de Duitse kant van de grens. [7]

Het inzicht dat de staatsgrens een dialectgrens aan het worden is geldt ook voor andere Nederlands-Duitse grensstreken. [8]

[bewerk] Belgisch-Nederlandse grens

Aan beide kanten van de staatsgrens tussen België en Nederland wordt dezelfde standaardtaal gebruikt. De dialecten aan deze grens ondergaan dus ook de invloed van dezelfde standaardtaal.

Bij de dialecten ten Noorden en ten Zuiden van de staatsgrens zijn er enkele verschillen in alle deelgebieden van de taal: klankleer, morfologie, zinsbouw en woordenschat. De overeenkomsten zijn echter duidelijk groter dan de verschillen. Deze verschillen zijn het grootst bij woordenschat en gezegdes, bij morfologie en zinsbouw het kleinst. Binnen de woordenschat zijn de verschillen groter bij de moderne vreemde woorden (uit de laatste 100 tot 150 jaar). De dialecten ten Zuiden van de staatsgrens hebben hier vaker Franse woorden. De dialect verschillen bij de staatsgrens zijn in de regio Vlaanderen en Brabant groter dan in de regio Limburg omdat de Belgisch-Nederlandse grens die Limburg deelt pas rond 1830 tot stand kwam (Belgische Revolutie), terwijl de grens die Vlaanderen en Brabant deelt al in 1648 (Vrede van Münster) werd vastgelegd. Er is geen dialectgrens die volledig op de staatsgrens loopt. Soms loopt een dialectgrens dichtbij de staatsgrens, soms loopt hij op kleine afstand van de staatsgrens. [4]

[bewerk] Frans-Vlaanderen

Frans-Vlaanderen is het noordelijke gedeelte van het Noorderdepartement. Dit gebied hoort al sinds 1678 (Vrede van Nijmegen) bij Frankrijk. In dit gebied spreken sommige mensen, in het bijzonder ouder mensen op het platteland, een Nederlands dialect, namelijk het Frans-Vlaams. De staatsgrens tussen Frankrijk en België werd hier tot een secundaire, d.w.z. tot een minder belangrijke dialectgrens. De eenvormigheid van het taalsysteem op beide kanten van de grens werd maar ten gedeeltelijk opgeheven. Maar het isolement van de Vlaams-sprekers in Noordfrankrijk leidde erto dat er een nieuwe taalgemeenschap ontstond. Daardoor concentreren zich dialectverschillen, in het bijzonder bij de woordenschat, steeds meer aan de staatsgrens. Daarbij zijn er de volgende ontwikkelingen:

[bewerk] Dialecten tegenover het Standaard-Nederlands

Taalafstand tussen dialecten en de standaardtaal (1).

Veel dialecten groeien steeds meer naar het Standaardnederlands (of Algemeen Nederlands, "ABN"). Als men de norm van het Standaardnederlands bij Haarlem legt, blijkt uit onderzoek dat de Limburgse, West-Vlaamse en Groningse dialecten het meest ervan afwijken.

[bewerk] Zie ook

[bewerk] Bronnen

  1. ^ a b c d e H. Entjes, "Dialecten in Nederland", Knoop & Niemeijer, Haren (Gn) 1974, ISBN 90-6148-258-5
  2. ^ a b c d Guido Geerts, "Voorlopers en varianten van het Nederlands", Leuven, Uitgeverij Acco, 4. druk
  3. ^ a b c d e f g h i j k l Herman Vekeman en Andreas Ecke, "Geschichte der niederländischen Sprache", Bern 1992, ISBN 3-906750-37-X
  4. ^ a b Johan Taeldeman, "Ist die belgisch-niederländische Staatsgrenze auch eine Dialektgrenze?"; in: Hermann Niebaum und Ludger Kremer, "Grenzdialekte", Hildesheim 1990, Olms-Verlag, ISBN 3-487-09474-6 (=Germanistische Linguistik 101-103 1990); p. 275-314
  5. ^ Georg Cornelissen, "De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken" (=Mededelingen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, Nr. 83). Hasselt 1995; aangehaald volgens: http://www.dbnl.org/tekst/corn022dial01_01/index.htm (18.03.2007)
  6. ^ Hermann Niebaum, "Staatsgrenze als Bruchstelle? Die Grenzdialekte zwischen Dollart und Vechtegebiet"; in: Hermann Niebaum und Ludger Kremer, "Grenzdialekte", Hildesheim 1990, Olms-Verlag, ISBN 3-487-09474-6 (=Germanistische Linguistik 101-103 1990); p. 49-83
  7. ^ Ludger Kremer, "Kontinuum oder Bruchstelle? Zur Entwicklung der Grenzdialekte zwischen Vechtegebiet und Niederrhein"; in: Hermann Niebaum und Ludger Kremer, "Grenzdialekte", Hildesheim 1990, Olms-Verlag, ISBN 3-487-09474-6 (=Germanistische Linguistik 101-103 1990); p. 85-123
  8. ^ J. Goossens, Die Herausbildung der deutsch-niederländischen Sprachgrenze Ergebnisse und Desiderate der Forschung (Mededelingen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde, Nr. 29). Hasselt 1984; aangehaald volgens: http://www.dbnl.org/tekst/goos003dieh01_01/index.htm (18.03.2007)
  9. ^ Hugo Ryckeboer, "Jenseits der belgisch-französischen Grenze: der Überrest des westlichsten Kontinentalgermanischen"; in: Hermann Niebaum und Ludger Kremer, "Grenzdialekte", Hildesheim 1990, Olms-Verlag, ISBN 3-487-09474-6 (=Germanistische Linguistik 101-103 1990); p. 241-271

Nederlandse dialecten - Recente sterfgevallen

Nederlandse dialecten - Actueel

© 2008 Netencyclo - Netencyclo Hoofdpagina - Voorbehoud - Privacybeleid - Program Policies
Netencyclo, the Wikipedia mirror : the biggest multilingual free-content encyclopedia on the Internet. Deze pagina is het laatst bewerkt op 31 mrt 2007 om 23:58. De tekst op Wikipedia is zonder enige vorm van garantie beschikbaar onder de GNU Free Documentation License. All Wikipedia content is licensed under the GNU Free Documentation License (see details). Content on this web site is provided for informational purposes only. We accept no responsibility for any loss, injury or inconvenience sustained by any person resulting from information published on this site. We encourage you to verify any critical information with the relevant authorities.