Netencyclo, The wikipedia mirror - Nederlandstalige Encyclopedie : Neologisme

- Neologisme -

Neologisme :

Neologisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Een neologisme of nieuwvorming is een taalelement dat nieuw is in een taal. Hoewel het om elementen van zinsbouw of klank kan gaan, wordt deze aanduiding meestal gebruikt voor woorden, in mindere mate ook voor woordgroepen. Er valt te onderscheiden naar neologismen in ruime zin en neologismen in enge zin.

Inhoud

[bewerk] Woordenschat

De woordenschat van de taal (het lexicon) valt te verdelen in drie segmenten: [2]

Terwijl de voorraad erfwoorden uiteraard vastligt, kunnen ontleningen en nieuwvormingen op ieder moment plaatsvinden. Vaak vinden zij echter geen inburgering in de woordenschat: een ontlening blijft dan een zelden of nooit gebruikt barbarisme, een nieuwvorming vindt eenmalig toepassing. Iedere taalgebruiker kan ontleningen en nieuwvormingen invoeren, maar geen enkele taalgebruiker kan ze aan de gemeenschap opdringen; de geschiedenis wijst uit of het woord aanslaat.

Wanneer een woord tijdelijk ingang vindt, maar daarna weer uit de woordenschat verdwijnt, spreken we van een modewoord.

[bewerk] Oude en nieuwe neologismen

Neologismen zijn er maar heel weinig in de woordenschat: hun aantal is veel kleiner dan dat van de ontleningen. Maar door de eeuwen heen hebben zij zich wel voorgedaan, en er valt waarschijnlijk verband te leggen tussen de culturele opvattingen in een periode en de veelvuldigheid van nieuwvorming.
Hieruit volgt een tweevoudige interpretatie van het woord neologisme:

[bewerk] Aanleiding voor neologismen

Er kunnen diverse redenen of oorzaken ten grondslag liggen aan het ontstaan van nieuwvormingen. Men kan er behoefte aan hebben de taal te “zuiveren” van vreemde woorden; nieuwe zaken of verschijnselen kunnen ontstaan; of men zoekt een nieuwe uitdrukking voor zijn gevoel of beleving.

[bewerk] Purisme

Een van de motieven om (bewust) een nieuwvorming te creëren, is dat van de taalzuivering. Toen men er in de renaissance naar ging streven een standaardtaal te ontwikkelen, werden ook wetenschappelijke geschriften in die taal gesteld. Voor veel begrippen waren er echter alleen woorden uit het Latijn of Grieks, en om de standaardtaal van die woorden te “zuiveren”, bedacht men neologismen. Ook Franse ontleningen in de taal van ambtenaren en Rederijkers wilde men vervangen. [4]

[bewerk] Nieuwe begrippen

Er kunnen zich nieuwe verschijnselen voordoen, met name in techniek, wetenschap en maatschappij. Neologismen die in de taalkring van de wetenschappen thuishoren, zijn vaak niet tot het Nederlands beperkt, maar maken al direct deel uit van de “internationale woordenschat”: namen voor nieuw gevonden elementen bijvoorbeeld zijn internationaal.

Ook deze neologismen kunnen verouderen. Nu iedere consument in de eigen woning de mogelijkheid heeft voedsel in te vriezen, wordt er van de gehuurde diepvrieskluis niet meer gesproken.

Nieuwe verschijnselen in de maatschappij kunnen tot nieuwe woorden aanleiding geven. Door de massamedia en het breed bezit van eigen vervoer kon het gebeuren dat mensen bij een catastrofe zelf ter plaatse wilden zijn om het gebeuren gade te slaan, en dit nieuwe verschijnsel kreeg de naam ramptoerisme. Bij een ongeluk op een autosnelweg ontstaan kijkfiles, doordat langzaam rijdende, nieuwsgierige automobilisten de doorstroming belemmeren.

[bewerk] Gevoelsuitdrukkingen en vondsten

Letterkundigen kunnen de neiging hebben gevoelens en waarnemingen op een nieuwe manier uit te drukken, en een van de methoden daartoe is de vorming van nieuwe woorden. Vooral in het impressionisme en het post-impressionisme werd dit veel gedaan: [7]: Louis Couperus beschrijft Indonesische sawah­s als spiegeltrappen, [8] P.C. Boutens spreekt van een carillon dat begint te rinkinken [9] Zulke neologismen hebben dikwijls een eenmalig karakter.

Daarnaast kunnen taalgebruikers, vooral als zij bekend zijn, met vondsten komen die ingeburgerd raken. Het betekenisloze epibreren van Simon Carmiggelt is een eigen leven gaan leiden. Kees van Kooten en Wim de Bie introduceerden vele nieuwvormingen, waarvan er een aantal in de taal zijn opgenomen (positivo, doemdenken) [10]

[bewerk] Vorming

Bij sommige neologismen is de herkomst niet aanwijsbaar, zoals bij het gefantaseerde epibreren. Verreweg de meeste andere zijn echter niet volstrekt nieuw, maar zijn samenstelling­en van bestaande woorden: doem-denken, ramp-toerisme of het zijn verzonnen afleiding­en (positivo) dan wel nabootsingen (rinkinken).
Vele neologismen worden gevormd uit bestaande woorden met klassieke voorvoegsels: pseudowetenschap, neoconservatieven.
Soms gaat het om leenvertaling­en: zo is onderwerp een letterlijk equivalent van “subiectum”; in andere gevallen is de vorm origineel (wiskunde: in “mathesis” komt niet het begrip “zeker” of “wis” voor, wel het begrip “kennen”).
Een speciaal geval vormen de nieuwvormingen die uit afkorting­en zijn gevormd: Benelux, vutter, pinnen. [11]

[bewerk] Neologisme en leenwoord

Het onderscheid tussen een neologisme en een leenwoord is niet altijd met zekerheid te maken. In de eerste plaats zijn er mengvormen: hoewel het gehele woord chipknip een nieuwvorming in het Nederlands is, bevat het een vreemdtalig element (chip); hetzelfde geldt uiteraard voor de categorie neologismen met Latijnse of Griekse voorvoegsels.
Van sommige nieuwkomers is de herkomst onzeker: het bekendste voorbeeld is fiets, dat wellicht uit “vélocipède” is ontstaan; zeker is dat niet. Ook de herkomst van nozem is niet geheel zeker, al wordt aangenomen dat het in de jaren 1920 aan het Bargoens is ontleend. [12]

[bewerk] Zie ook

[bewerk] Noten

  1. ^ Instituut voor Nederlandse Lexicologie: Neologismen
  2. ^ Nicoline van der Sijs, Groot leenwoordenboek, Utrecht/Antwerpen 2005
  3. ^ J. de Vries en F. de Tollenaere, Etymologisch woordenboek. Onze woorden, hun oorsprong en ontwikkeling, Utrecht 200725
  4. ^ Marijke van der Wal en Cor van Bree, Geschiedenis van het Nederlands, Houten 20044:186 vv.
  5. ^ Simon Stevin, Het burgherlick leven. Vita politica, Utrecht 2001 [Leiden 1590]
  6. ^ Van der Wal en Van Bree, 186 vv.
  7. ^ G.J. van Bork, H. Struik, P.J. Verkruijsse en G.J. Vis (red.), Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek ([1]), s.v. "neologisme"
  8. ^ Couperus, De stille kracht
  9. ^ Boutens, “Sonnet L (Veere)”
  10. ^ Ewoud Sanders, Jemig de pemig! De invloed van Van Kooten en De Bie op het Nederlands , Amsterdam/Antwerpen 2000
  11. ^ J.A. Meijers, Allerlei taalkwesties. Op de slingerpaden van onze taaltuin, Amsterdam 1959, s.v. “Nieuwe woorden”
  12. ^ Meijers s.v. “Nieuwe woorden”; Rob Tempelaars, “Hebt gij bepaalde wenschen …”, in: F. Heyvaert et al., red., Het grootste woordenboek ter wereld. Een kijkje achter de kolommen van het woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), Den Haag/Antwerpen z.d. [1998]

Neologisme - Recente sterfgevallen

Neologisme - Actueel

© 2008 Netencyclo - Netencyclo Hoofdpagina - Voorbehoud - Privacybeleid - Program Policies
Netencyclo, the Wikipedia mirror : the biggest multilingual free-content encyclopedia on the Internet. Deze pagina is het laatst bewerkt op 31 mrt 2007 om 23:58. De tekst op Wikipedia is zonder enige vorm van garantie beschikbaar onder de GNU Free Documentation License. All Wikipedia content is licensed under the GNU Free Documentation License (see details). Content on this web site is provided for informational purposes only. We accept no responsibility for any loss, injury or inconvenience sustained by any person resulting from information published on this site. We encourage you to verify any critical information with the relevant authorities.