Neoplatonisme is een wijsgerig stelsel dat een soort synthese is van de filosofieën van de klassieke oudheid.
Als stelsel vormde het Neoplatonisme (3e-6e eeuw n. Chr.) de afsluiting van de klassieke filosofie. Enerzijds omvat het de theoretische leer van de pre-socratici, sofisten, Socrates, Plato en Aristoteles. Anderzijds bevat het elementen van de praktische filosofie van het Scepticisme, de Stoa en het Epicurisme. Het neoplatonisme omvat dus zowel een theoretische filosofie als een daaraan verbonden praktische filosofie.
De grootste vertegenwoordiger van het neoplatonisme was Plotinus (204-270). Zijn leer heeft ondanks de filosofische achtergrond ook een oorspronkelijke, mystiek-religieuze tint.
Uit de epistemologie en de ontologie van Plato nam Plotinus het dualisme over tussen een bovennatuurlijke wereld van ideeën een daaraan minderwaardige zichtbare wereld. Hij leerde een hiërarchische ordening in het heelal, de "trappen van emanatie". Aan de top van de ideeën staan de beginselen: het Ene (Grieks: τό ἕν, to hen), dat staat voor het eerste, het goede, het absolute... met andere woorden God. Deze godheid schept echter niets, alles wat bestaat emaneert -vloeit voort- uit deze godheid en streeft naar hereniging ermee. Het eerste wat geëmaneerd is, is het goddelijke intellectueel principe (Nous of geest), gevolgd door de wereldziel (Psyche) en tenslotte de materiële wereld (Kosmos). Het bovenste niveau is puur geestelijk en de daaropvolgende hypostases dalen af tot het niveau van de materie, het blinde en onderste niveau, het "niet zijn". Het abstracte idee van de geest is atijd verbonden aan de materie, met andere woorden, zit altijd "gevangen" in het lichaam.
Plato had een puur rationele methode bedacht om de veranderlijkheid van de wereld te kunnen overstijgen, maar Plotinus preekte dat dit alleen maar verkregen kon worden door vereniging met het Ene, en dat de individuele ziel in staat is om vanuit de dode materie als zuivere geestelijkheid op te stijgen naar het Ene, het uiteindelijke doel. Dit kon via de materie, en de zedelijke eis aan elke mens is dan ook om door gematigdheid en extase van de stoffelijke banden tot geestelijke zuiverheid te komen, en zo verlichting te bereiken: reeds tijdens het aardse leven de ideeën te aanschouwen en zo deel uit te maken van het Ene, oftewel God.