Noord-Fries is de benaming voor de Friese taal zoals die in Noord-Friesland ten zuiden van de Deens-Duitse grens gesproken wordt. Het Noord-Fries bestaat uit een aantal zeer uiteenlopende dialecten, met als hoofdverdeling:
Alle Noord-Friese dialecten worden in hun voortbestaan bedreigd, en verscheidene andere zijn al in het verleden uitgestorven. Het gebruik van het Noord-Fries varieert van slechts een paar procent in de Goesharde tot één derde van de bevolking op Föhr en Amrun. Dat de dialecten onder elkaar niet te verstaan zijn (behalve de eilandtalen van Föhr en Amrum) draagt bij tot hun uitsterven ervan, maar ook het toerisme (vooral op Sylt) en de immigratie vanuit Nedersaksischtalige gebieden (vooral op het vasteland) en de kwetsbaarheid van kleine sprekerspopulaties (m.n. op de Halligen, die samen slechts zo'n 300 inwoners hebben) spelen daarin mee. De overlevingskansen voor het Feering en het Öömrang, die nog van generatie op generatie worden doorgegeven, en het Bökinghards, dat inmiddels een revival doormaakt en vaak als Noord-Friese lingua franca gebruikt wordt, zijn de laatste jaren ten goede gekeerd, voor het voortbestaan van de andere dialecten moet gevreesd worden.
Het Fries is inmiddels in Duitsland onder hoofdstuk drie van het Europees Handvest voor Minderheidstalen erkend. In 2005 begon de Deutsche Bahn in het Noord-Friese taalgebied tweetalige stationsborden te plaatsen. Het Nordfriisk Instituut, gezeten in Bredstedt, ijvert voor het gebruik en behoud van de taal.
Inhoud |
Uit het onderstaande zinnetje blijkt duidelijk hoezeer de verschillende hoofddialecten van het Noord-Fries uiteenlopen, en dat de dialecten van Föhr en Amrum praktisch aan elkaar gelijk zijn. De vertaling luidt: "'Schijn, oude maan, schijn', riep Hawelman, maar de maan was nergens meer te zien en de sterren ook niet; ze waren al allemaal naar bed gegaan."
Söl'ring:
Feering:
Helgolands:
Öömrang:
Goeshards:
Wiedinghards:
Halligfries:
Bökinghards:
Het Noord-Fries heeft in "ffr" als ISO 639-3-taalcode.