| Dit artikel is in bewerking voor de Schrijfwedstrijd. | |
| Wil je een grotere wijziging in dit artikel doorvoeren, dan is het misschien beter deze eerst op de overlegpagina voor te stellen. Voor uitleg hierover zie hier. |
| Kongeriket Norge/Noreg | |||
|
|||
| Basisgegevens | |||
| Officiële landstaal: | Noors (Bokmål, Nynorsk), Samisch | ||
| Hoofdstad: | Oslo | ||
| Regeringsvorm: | Parlementaire constitutionele monarchie | ||
| Religie: | luthers | ||
| Oppervlakte: | 385.155 km² [1] (5% water) | ||
| Inwoners: | 4.520.947 (2001[2]) 4.644.457 (2008[3]) (12,1/km² (2008)) |
||
| Overige | |||
| Volkslied: | Ja, vi elsker dette landet | ||
| Munteenheid: | Noorse kroon (NOK) |
||
| UTC: | +1 (zomer +2) | ||
| Nationale feestdag: | 17 mei | ||
| Web | Code | Tel. | .no | NOR | 47 | ||
| Voorgaande staten | |||
| ← |
1905 | ||
| Topografie | |||
Kaart Noorwegen (CIA) (Spitsbergen niet afgebeeld) |
|||
|
|||
| Portaal Noorwegen |
Noorwegen, officieel het Koninkrijk Noorwegen (Noors: Kongeriket Norge (Bokmål), Kongeriket Noreg (Nynorsk)), is een land in Noord-Europa. Het ligt op het westelijk deel van het Scandinavisch schiereiland en grenst aan Zweden, Finland en Rusland. Het Verenigd Koninkrijk en de Faroer Eilanden liggen ten westen aan de andere kant van de Noordzee, en Denemarken ligt ten zuiden aan de overzijde van het Skagerrak. In de jaren twintig van de twintigste eeuw bezette Noorwegen Jan Mayen en kreeg het - in het Spitsbergenverdrag - de soevereiniteit over de Arctische archipel van Svalbard. De Arctische gebieden Bouvet, Peter I Eiland en Koningin Maudland vallen wel onder Noors bestuur maar horen niet tot het koninkrijk.
Noorwegen is een constitutionele monarchie. De huidige koning is Harald V; premier is Jens Stoltenberg, die aan het hoofd staat van een coalitie van de Arbeiderspartij, Socialistisch Links en de Centrumpartij.
De hoofdstad van Noorwegen is Oslo. Andere belangrijke steden zijn Bergen, Trondheim, Stavanger, Tromsø en Kristiansand.
Inhoud |
Noorwegen was een zelfstandig koninkrijk van de negende eeuw n.Chr. tot 1397, waarna het in de Unie van Kalmar terechtkwam met Denemarken en Zweden. Toen Zweden in 1521 de Unie verliet, werd Noorwegen al snel een provincie van Denemarken. Het bleef onder Deens gezag tot het in 1814 overging in Zweedse handen. Noorwegen kreeg toen een eigen grondwet en meer zelfbestuur. In 1905 werd Noorwegen weer een onafhankelijke staat met koning Haakon VII als staatshoofd.
De Noorse bevolking heeft tot twee keer toe in een referendum het lidmaatschap van de Europese Unie afgewezen.
Noorwegen heeft met 25.148 km een ongewoon lange kustlijn[4]. Dit getal is inclusief fjorden, kleine voor de kust gelegen eilanden en andere inhammen. De kust is omzoomd met eilanden (in het bijzonder de eilanden Lofoten en Vesterålen) en talrijke diep gekartelde fjorden. De Sognefjord, Geirangerfjord, Hardangerfjord, Nordfjord, en Oslofjord zijn de grootste en bekendste.
Noorwegen wordt vrijwel in zijn geheel beheerst door het Scandinavisch Hoogland. Hoge plateaus zijn ondermeer de Dovrefjell en de hoogvlakte Hardangervidda. Het hooggebergte van Noorwegen is Jotunheimen met de gebergten Hurrungane en Breheimen. In dit deel bevinden zich de hoogste toppen. Hier zijn ook de twee hoogste bergen, de Galdhøpiggen met 2469 meter en de Glittertind van 2454 meter.
Ten westen daarvan ligt de grootste gletsjer van Europa, de Jostedalsbreen, met als twee belangrijkste zijarmen de Briksdalsbreen en de Nigardsbreen.
De bergen en de plateaus worden afgewisseld door vruchtbare valleien, zoals Gudbrandsdalen, en door snelle rivieren, die hydro-elektrische energie leveren. De rivier de Glomma, ook bekend als Glåma, in het zuiden, is de langste rivier. Vanwege zijn ligging aan de Atlantische Oceaan heeft Noorwegen een mild en vochtig klimaat.
Tot het land Noorwegen behoort ook de eilandengroep Spitsbergen en het eiland Jan Mayen in de Noordelijke IJszee, en het eiland Bouvet in de Zuidelijke IJszee.
Noorwegen eist tevens een deel op van Antarctica (Koningin Maudland en Peter I-eiland).
De belangrijkste plaatsen in Noorwegen zijn:
Er zijn zeer vele fjorden in Noorwegen. Het Geirangerfjord en het Nærøyfjord staan op de lijst van werelderfgoed van UNESCO.
De langste fjorden zijn:
| Naam | Lengte |
|---|---|
| Sognefjord (Solund–Skjolden) | 204 km |
| Hardangerfjord (Bømlo–Odda) | 179 km |
| Trondheimsfjord (Agdenes–Steinkjer) | 126 km |
| Porsangerfjord (Sværholtklubben–Brennelv) | 123 km |
| Storfjord (Fjord) (Hareidlandet–Geiranger) | 110 km |
| Nordfjord (Husevågøy–Loen) | 106 km |
| Oslofjord (Færder–Oslo) | 100 km |
| Romsdalsfjord (Molde–Åndalsnes) | 88 km |
Er zijn een aantal gletsjers in Noorwegen. Jostedalsbreen met zijarmen als onder andere de Nigardsbreen en de Briksdalsbreen en is de grootste gletsjer van het Europese continent. Andere bekende gletsjers zijn Svartisen en de Folgefonnagletsjer.
Er zijn verschillende klimaten in Noorwegen. De westkust, het fjordengebied, heeft een zacht gematigd zeeklimaat, iets koeler dan Nederland. In het hoge noorden is een toendraklimaat. Ten oosten van de bergketens heerst een landklimaat. In sommige gebieden in de westelijke fjorden en het midden valt meer dan 4000 mm neerslag per jaar, terwijl de neerslag in het noorden en achter de bergen niet meer dan 600 mm per jaar bedraagt.
Noorwegen is verdeeld in 19 provincies (Noors: fylker). De provincies zijn onderverdeeld in gemeenten (Noors: kommuner). In het geval van Oslo vallen provincie en gemeente samen.
Noorwegen heeft 4.644.457 (2008) inwoners en heeft een vrij snel groeiende bevolking, met name in de regio Oslo en Akershus; het aantal stijgt met 0,73% per jaar (2005). De laatste jaren is de immigratie verantwoordelijk geweest voor meer dan de helft van de bevolkingstoename en 8,3% van de bevolking bestaat uit immigranten (1 januari 2006). Het land laat echter slechts in een zeer beperkt aantal asielzoekers toe en is bereid om deze mensen zo spoedig mogelijk aan andere landen over te brengen. De grootste immigrantengroepen zijn Pakistani, Zweden en Irakezen. [5]
Het grootste deel van de bevolking is geconcentreerd langs de zuidelijke kust en de valleien, waar de belangrijkste steden Oslo, Bergen, Stavanger, Kristiansand, en Drammen liggen. Verder in het noorden langs de kust Trondheim, en in het verre noorden liggen Narvik, Tromsø, Bodø en Hammerfest. De meerderheid van de Noren is van Scandinavische oorsprong, maar in de noordelijke provincies Finnmark en Troms is er een gemengde bevolking van Noren, Saami en een Finse minderheid (Kvenen). Het verschilt van plek tot plek waar welke bevolkingsgroep domineert.
De overgrote meerderheid van de Noren spreekt Noors. De Samische minderheid spreekt daarnaast ook haar eigen taal, het Samisch. In het uiterste noorden, in de gemeenten nabij de Finse grens, wordt ook Kveens gesproken.
Het Noors heeft twee officiële standaardvarianten: het Bokmål, dat uit het Deens voortkomt, en het Nynorsk, dat op basis van Noorse dialecten is gevormd.
De Lutherse Kerk is de staatskerk, maar alle andere godsdiensten genieten vrijheid van verering. De koning benoemt de negen bisschoppen en andere geestelijkheid van de Lutherse Kerk.
Een christelijke stroming die in Noorwegen is ontstaan, is die van de Noorse broeders.
Het onderwijsniveau in Noorwegen is zeer hoog; de universiteiten liggen in Oslo (opgericht in 1811), Bergen (opgericht in 1946), Trondheim (opgericht in 1968), Tromsø (opgericht in 1972), Stavanger (opgericht in 2005) en Kristiansand (opgericht in 2007).
Bijna driekwart van het Noorse grondgebied is niet productief; minder dan 4% is gecultiveerd. Het land importeert meer dan 50% van zijn voedsel. De enorme bergweilanden worden gebruikt voor het houden van rundvee en schapen, en, in het noorden, voor rendieren. Ongeveer een kwart van Noorwegen is bebost; het hout is een belangrijke natuurlijke rijkdom en is de basis voor een van de belangrijkste industrieën. De mooie Noorse fjorden en de middernachtzon van het verre noorden trekken vele toeristen aan. De visserij (in het bijzonder van kabeljauw, haring en makreel) is belangrijk. Verse, ingeblikte en de gezouten vis uit Noorwegen worden uitgevoerd naar de hele wereld.
De belangrijkste industrieën van het land zijn aardolie- en aardgasproductie, de scheepvaart en handel. Sinds de ontdekking van aardolie in het gebied Ekofisk in 1969, zijn de aardolie en de aardgasindustrieën essentieel voor de economie van Noorwegen. Deze tak zorgt voor werkgelegenheid, maar ook verhoogde inflatie en een kwetsbaarheid voor schommelingen in de markt van de wereldaardolie (het grootste deel van de olie en het gas wordt uitgevoerd). Andere delfstoffen die worden ontgonnen zijn pyriet, koper, titanium en ijzererts, en in mindere mate steenkool, zink en lood.
Nikkel, aluminium, ferrolegeringen en half afgewerkte staal worden geproduceerd. Bijna alle elektriciteit van Noorwegen wordt geleverd door hydro-elektrische energie, en het land voert eveneens hydro-elektriciteit uit. De voedselproductie, pulp en papier, elektrochemische en scheepsbouwindustrieën zijn belangrijk voor de economie. De grote Noorse koopvaardijvloot verscheept een groot deel van de wereldhandel.
De belangrijkste handelspartners zijn het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zweden, Nederland, Denemarken en de Verenigde Staten.
Enkele populaire toeristische bestemmingen in Noorwegen zijn:
|
Staafkerk van Lom (Noorwegen)
|
|
MS Midnatsol van de Hurtigruten
|
Er zijn diverse nationale parken in Noorwegen zoals:
Noorse kranten zijn onder andere Aftenposten, Dagbladet en Verdens Gang. De staatsomroep is NRK; TV2 is een commerciële omroep in Noorwegen.
Noorwegen is een constitutionele monarchie. Sinds 1991 is Harald V van Noorwegen koning van Noorwegen. De uitvoerende macht, hoewel deze nominaal bij de monarch ligt, wordt door een Raad van Ministers uitgeoefend die door de premier wordt geleid. De wetgevende macht wordt bekleed in het 165 leden tellende parlement of Storting.
Na de verkiezingen van 2005 is de samenstelling van het parlement:
| Partij | Aantal |
|---|---|
| Arbeiderspartij (Det norske Arbeiderparti) | 61 |
| Socialistisch Links (Sosialistisk Venstreparti) | 15 |
| Centrumpartij (Senterpartiet) | 11 |
| Conservatieve Partij (Høyre) | 23 |
| Christelijke Volkspartij (Kristelig Folkeparti) | 11 |
| Vooruitgangspartij (Fremskrittspartiet) | 37 |
| Liberale Partij (Venstre) | 7 |
De Arbeiderspartij, Socialistische Partij en Centrumpartij waren de verkiezingen ingegaan als alternatief voor de oude regering.
De Noorse literatuur begint met de pagane dichters van de Poëtische Edda uit de negende en tiende eeuw. Bragi Boddason, Þjóðólfr van Hvinir en Eyvindr skáldaspillir zijn hier de belangrijkste schrijvers. Nadat Noorwegen rond het jaar 1000 in contact komt met het Christendom, onstaat een traditie van historische en hagiografische geschriften, die in de dertiende eeuw tot een einde komt. Overgeleverd zijn een Historia Norwegiæ uit de twaalfde eeuw, de Þiðrekssaga, van rond 1250 en Konungs skuggsjá, een vorstenspiegel uit het midden van de dertiende eeuw. Ook is bekend de Ágrip af Nóregskonungasögum (een geschiedenis van de Noorse koningen), uit ongeveer dezelfde tijd.
De late XIXe en vroege XXe eeuw worden wel de Gouden Eeuw van de Noorse literatuur genoemd. De toneel schrijver Henrik Ibsen (1828-1906) is hier de centrale figuur. Niet minder gelauwerd, maar buiten Noorwegen toch minder bekend, is Bjørnstjerne Bjørnson (1832-1910), die in 1903 de eerste Noorse winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur werd. Van zijn historisch getinte toneelwerk is vooral dat over Sigurd Slembe tamelijk bekend. Zijn overige werk heeft vaak het pastorale Noorwegen tot onderwerp. Na Bjørnson was Knut Hamsun (1859-1952) in 1920 de tweede Noorse Nobellaureaat. Zijn werk is ook in het Nederlands vertaald. Hamsuns populariteit had overigens ernstig te lijden onder zijn pro-Duitse houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. De derde Noorse Nobelprijs voor Literatuur viel in 1928 ten deel aan Sigrid Undset wier werk de vrouw aan de onderkant van de samenleving centraal stelt. Haar beroemde trilogie Kristin Lavransdatter speelt in de Middeleeuwen en werd in Noorwegen verfilmd. Geen Nobelprijswinnaar, maar wel een iconografische figuur in de Noorse letterkunde is Alexander Kielland (1849-1906), die samen met Jonas Lie (1833-1908), Ibsen en Bjørnson de Grote Vier van de Noorse literatuur worden genoemd.
In de moderne Noorse literatuur zijn Jan Kjærstad (1953) en Jostein Gaarder de grote namen. Kjærstads trilogie over Jonas Wergeland werd ook in het Nederlands vertaald en van Gaarders De wereld van Sofie werden wereldwijd meer dan 15 miljoen exemplaren verkocht. Daarnaast zijn Erik Fosnes Hansen (1965), Lars Saabye Christensen (1953), Dag Solstad (1941) en Herbjørg Wassmo (1942) grote namen uit de na-oorlogse Noorse literatuur. Jo Nesbø is een bekend Noors misdaadschrijver.
De Noorse muziektraditie is sterk verbonden met die van de andere Scandinavische landen, met name met die van Denemarken, waarmee het land enkele eeuwen een unie vormde. Tot en met de achttiende eeuw had de folkloristische muziek in Noorwegen de overhand. Pas vanaf de onafhankelijkheid van Noorwegen zochten en vonden de Noren aansluiting bij een meer Europese muziektraditie. Voor wat betreft de folkloristische muziek dient onderscheid gemaakt te worden tussen de muziek van de Noren en die van de Saami. De Noorse folkmuziek wordt gekenmerkt door begeleide zang, terwijl die van de Saami meestal a capella is. Een typisch voorbeeld van Noorse muziek is de kveding, een soort geïmproviseerde - vaak hoofse - ballade. Muziek van de Saami is bijvoorbeld de joik, een vaak slechts door tamboerijn begeleid lied dat tracht de essentie van een persoon, een dier of een toestand te bezingen.
De eerste bekende Noorse componist was de violist Ole Bull (1810-1880), die als violist bekend stond als de Paganini van het Noorden. Zijn romatische composities waren geïnsprieerd op de folkloristische muziek en inspireerden op hun beurt de grootste Noorse componist, Edvard Grieg (1843-1907). De negentiende eeuw geldt als de gouden eeuw van de Noorse muziek. Tijdgenoten van Bull waren de organist Ludvig Mathias Lindeman, die een compendium van de Noorse volksmuziek maakte, en Halfdan Kjerulf (1815-1868). Grieg en Johan Severin Svendsen (1840-1911) waren evenwel de grootste namen van de Noorse Gouden eeuw. Had de Noorse muziek voor de Tweede Wereldoorlog nog vaak een nationalistisch noordisch karakter, nadien werd de Noorse muziek steeds internationaler geörienteerd. Componisten als Knut Nystedt en Egil Hovland lieten zich inspireren door Franse en Amerikaanse collega's.
In recente tijden is Noorwegen een vooraanstaand Jazz-land geworden. Een van de pioniers van de Noorse jazz is de saxofonist Jan Garbarek, die een verbinding wist te leggen tussen Noorse traditionele muziek en de jazz enerzijds en anderzijds tussen de Jazz en de electronische muziek. Een andere grote naam uit de Noorse Jazz is Terje Rypdal, een buitengewoon productieve gitarist. De (bas)gitarist Eivind Aarset beweegt zich op het grensgebied van de jazz en de rock. In Noorwegen vindt ook een aantal toonaangevende jazzfestivals plaats, zoals het Molde Internatinal Jazz Festival , het Oslo Jazz Festival en Vossa Jazz. In november 2008 wijdde het London Jazz Festival een retrospectief aan de Noorse Jazz scene.[6]
De nationale feestdag van Noorwegen is op 17 mei (Noors: Grunnlovsdagen, of ook wel syttende mai wat zeventiende mei betekent) en is gewijd aan de Noorse Grondwet. Op die dag werd in 1814 de Noorse grondwet bekrachtigd. Overal in het land vinden die dag kinderparades plaats. Die in Oslo wordt bijgewoond door de koninklijke familie. Het enige militaire element van de dag wordt verzorgd door de blaaskapel van het de koninklijke wacht, die door de straten van Oslo marcheert. Op 23 juni vieren de Noren Jonsok (Sint Jans ontwaken), het begin van de zomer.
De natuurlijke omstandigheden van het land hebben een grote invloed op de infrastructuur. Langs de westkust zijn verbindingen vaak afhankelijk van veren, hoewel er steeds meer tunnels en bruggen gebouwd worden. Ook voor de verbindingen tussen de kust en het centrum van het land zijn vaak tunnels nodig, de langste tunnel in Europa, Lærdalstunnel, verbindt Oslo met Bergen.
Autosnelwegen zijn vrij zeldzaam. De meeste wegen verkeren in goede staat, maar zijn vaak niet breed en kennen meestal een snelheidsbeperking, en het gebeurt niet zelden dat schapen de wegen versperren. Veel wegen zijn tolwegen. De tol wordt geïnd bij een bomstasjon. Een groot aantal steden is omringd door zulke tolpoorten, met de inkomsten wordt de plaatselijke infrastructuur uitgebouwd.
Er zijn diverse toeristisch interessante wegen zoals onder andere de Peer Gyntweg, Atlantische weg, Trollstigen, Lysebotnvegen, Jotunheimvegen, Gamle Strynefjellsvegen en Sognefjellsweg. Sommige zijn alleen in de zomer geopend als er geen sneeuw is.
Het spoorwegennet bestaat voornamelijk uit verbindingen tusssen Oslo en een aantal grotere plaatsen. De langste lijn is de Nordlandsbanen naar Bodø. Ook is er de Bergensbanen naar Bergen.
Internationale verbindingen zijn er van Oslo naar Stockholm en Göteborg en van Trondheim - naar Sundsvall. In het noorden van het land is Narvik, dat niet is aangesloten op het Noorse spoorwegennet, verbonden met Kiruna in Zweden.
De belangrijkste luchthaven is Oslo Gardermoen, ten noorden van Oslo. Gardermoen is zowel voor buitenlandse vluchten als voor binnenlandse vluchten het centrum. Het binnenlandse netwerk van SAS en concurrent Norwegian is zeer uitgebreid.
Naast Oslo hebben Bergen, Stavanger, Trondheim, Sandefjord en Kristiansand vliegverbindingen met de grotere Europese steden.
De Hurtigruten is een veerdienst die van Bergen naar Kirkenes langs de Noorse kust voert. Ook met buitenlandse bestemmingen worden veerdiensten onderhouden: vanuit Hanstholm in Denemarken naar Kristiansand en daarnaast Egersund, Stavanger en Bergen; vanuit Hirtshals naar Kristiansand, Bergen en Larvik; vanuit Kiel in Duitsland naar Oslo; en vanuit Fredrikshavn in Denemarken naar Oslo.
Sport speelt in Noorwegen een zeer grote rol. Het land heeft met name bij de wintersporten een zeer rijke sportgeschiedenis. Belangrijkste wintersport is langlaufen, met als absolute ster Bjørn Dæhlie. Ook alpineskiën is populair, hoewel het land in die sport beduidend minder successen heeft behaald. Historisch is ook schaatsen een grote sport, maar het uitblijven van aansprekende resultaten heeft de populariteit van die sport geen goed gedaan.
Belangrijkste zomersport is ook in Noorwegen het voetbal. Bij de mannen is de positie van het land bescheiden, bij de vrouwen hoort Noorwegen tot de wereldtop. Belangrijkste zaalsport is handbal. Ook unihockey, een vorm van zaalhockey, en volleybal zijn zeer snel in populariteit groeiende sporten.
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Noorwegen van Wikimedia Commons. |
| Overzeese territoria van Noorwegen | |
|---|---|
|
Bouvet - Dronning Maud Land - Jan Mayen - Peter I-eiland - Spitsbergen |
| Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) |
|---|
|
|
| Noordse Raad |
|---|
|
Landen: Autonome territoria: |
| Landen in Europa |
|---|
|
Albanië · Andorra · Azerbeidzjan · België · Bosnië en Herzegovina · Bulgarije · Denemarken · Duitsland · Estland · Finland · Frankrijk · Georgië · Griekenland · Hongarije · IJsland · Ierland · Italië · Kroatië · Letland · Liechtenstein · Litouwen · Luxemburg · Macedonië · Malta · Moldavië · Monaco · Montenegro · Nederland · Noorwegen · Oekraïne · Oostenrijk · Polen · Portugal · Roemenië · Rusland · San Marino · Servië · Slovenië · Slowakije · Spanje · Tsjechië · Turkije · Vaticaanstad · Verenigd Koninkrijk · Wit-Rusland · Zweden · Zwitserland |
| Bronnen, noten en/of referenties: |