Nordic walking is lopen met aangepaste skistokken (deze worden poles genoemd). Het is een nieuwe sport in Nederland en België en een hype in Scandinavië en de Verenigde Staten. In Finland, waar deze sport vandaan komt, zijn er al een miljoen beoefenaars.
Nordic walking is in Finland ontstaan als zomertraining voor langlaufers. Nordic walking combineert de positieve trainingseffecten van hardlopen met de voordelen van langlaufen. Het resultaat is een totale lichaamsoefening waarbij 40 procent meer joules worden verbrand zonder harder of langer te lopen. Een ander voordeel is dat de knieën minder belast worden, waardoor Nordic walking ook voor mensen met beschadigde knieën goed te doen is.
Vergeleken met normaal lopen, zet Nordic walking meer druk op de grond met de stokken. Nordic walkers maken meer gebruik van hun schouders en bovenarmspieren, terwijl ze een goede rug-, borst- en buikspieroefening krijgen. Dit voegt extra energie in de beweging toe wat leidt tot:
Een stok voor Nordic walking moet zo lang zijn dat hij recht naar beneden wijst wanneer je hem vastpakt en in elk geval niet hoger is dan een hoek van 90 graden met de elleboog. Een stok moet ongeveer 2,5 cm korter zijn dan een skistok voor dezelfde persoon, omdat die is gemaakt om in de sneeuw te steken. Een richtlijn voor de juiste lengte van de stok (pole) is de lichaamslengte vermenigvuldigen met 0,68. De pole heeft enkele belangrijke verschillen met de wandelstok: