Normatieve wetenschap betekent letterlijk wetenschap die een norm bevat of stelt.
Het gebruik van de term “normatieve wetenschap” is, vanwege z’n contradictoire karakter, in de wetenschappen niet echt gangbaar. Eerder zal er een onderscheid gemaakt worden tussen "normatief onderzoek" en "descriptief (beschrijvend) onderzoek", of tussen de descriptieve functie van wetenschap en de maatschappelijke toepassingen daarvan. Wetenschap heeft immers een louter theoretische functie, maar ze heeft daarnaast ook een maatschappelijke rol te vervullen. De vraag is echter of deze laatste strikt genomen onder wetenschap valt (hypothesevorming, analyse, descriptie, kritische evaluatie en toetsing, ...). Het voorschrijven van normen zelf kan immers moeilijk als een wetenschappelijke bedrijvigheid worden aanzien.
Toch zijn voor heel wat wetenschappers normen en evaluaties in de praktijk niet te vermijden, onder meer wie optreedt als raadgever: politicologen, medici, agogen, verkeerstechnici... Vooral in de toegepaste wetenschappen zijn normen niet uit de lucht. Men kan opwerpen dat het hier om politieke beslissingen gaat die alleen maar worden uitgevoerd door wetenschappers. De meeste politieke beslissingen zijn echter “na” de wetenschappelijke praktijk gekomen, denk maar aan orgaantransplantatie. Daartegen kan men opwerpen dat politici maar in actie treden als medici het onderling oneens zijn of als een deel van de publieke opinie protesteert. Medici nemen dus wel degelijk normatieve beslissingen. Of dat de term “normatieve wetenschap” legitimeert, blijft echter voor discussie vatbaar.
Enkele voorbeelden die zich op de feit-norm-grens bevinden:
In het kader van de classificatie van de wetenschap is het begrip 'normative science' ook eens gebruikt als verzamelnaam die overeenkomt met formele wetenschap en staat tegenover fysische wetenschap. Deze classificatie is bijvoorbeeld toegepast door de St. Louis Congress of Arts and Science in 1904, maar is vandaag niet meer gangbaar.