|
|
|
|
|
|
| Land | Rusland |
| Locatie | Noordelijke IJszee |
|
|
|
| Oppervlakte | 90.665 km² |
Nova Zembla (Russisch: Новая Земля, Novaja Zemlja = Nieuw Land) is een archipel die bestaat uit twee grote eilanden ten noorden van Rusland, het noordelijkere Severny-eiland (grootste Russische eiland na Sachalin) en het zuidelijkere Joezjny-eiland (met het eilandje Mezjdoesjarski), van elkaar gescheiden door de nauwe zeestraat Matotsjkin Sjar. Ze maken deel uit van Rusland en worden gescheiden van het zuidelijker gelegen eiland Vajgatsj door de Karische Poort. De eilanden scheiden op hun beurt de Barentszzee van de Karazee. De totale oppervlakte is ongeveer 90.650 km², meer dan twee keer zo groot als Nederland.
Het gebied is erg bergachtig. Geologisch is de Nova Zembla een voortzetting van de Oeral. De bergen bereiken een hoogte van 1070 meter. Het noordelijke eiland bevat veel gletsjers, terwijl het zuidelijke eerder een toendraklimaat heeft. Men vindt er natuurlijke mineralen als koper, lood en zink.
De eilanden hebben een kleine populatie van 2.716 mensen (2002), waarvan formeel meer dan 95% leeft in de gesloten plaats Beloesjaja Goeba en bij de vliegbasis Rogatsjovo ten noordoosten daarvan. Beide plaatsen zijn verbonden aan de terreinen waar kernproeven worden gehouden. De plaats Severny aan de zuidoever van de Matotsjkin Sjar vormt de derde plaats op Joezjny-eiland en het commandocentrum van Testterrein Matotsjkin Sjar (Zone 2). Op het noordereiland bevinden zich twee poolstations.[1] Daarnaast wonen er nog ongeveer 100 nomadische Nenetsen op de eilanden, die vooral leven van vissen en de jacht op pelsdieren. Zij werden ten tijde van het Russische Rijk naar Nova Zembla gedeporteerd, maar toen het tot testterrein voor kernproeven werd aangewezen in de sovjetperiode, werden ze weer verbannen van het eiland. Op Joezjny-eiland liggen vier plaatsen die niet meer bewoond zijn; Basjmatsjny, Krasino, Roesanovo en Pankovo. Aan de westkust ligt het poolstation Malye Karmakoely, het oudste reguliere weerstation van Rusland (1896) en het op een na oudste ter wereld.[2]
Op Severny-eiland ligt aan de noordoever van de Matotsjkin Sjar het voormalige kamp Lagernoje, waar de inwoners van de handelsplaatsen Beloesja, Litke en Krasino en de visgebieden Abrosimovo, Lilje, Pomorka, Balkovo en Kroegloje werden geconcentreerd tussen 1955 en 1957, alvorens te worden gedeporteerd naar het vasteland in verband met de kernproeven die er plaatsvonden. Door de kernproeven werd Lagernoje nog voor 1962 met de grond gelijk gemaakt.[3]
In de buurt van Nova Zembla ligt ook het eiland Kolgoejev.
De Russen kennen Nova Zembla sinds de 11e of 12e eeuw, toen handelaars van Novgorod die plaats aandeden. West-Europa ontdekte de eilanden in de 16e eeuw tijdens een zoektocht naar een noordoostelijke doorgang naar de Stille Oceaan.
De eerste bekende westerse bezoeker was Hugh Willoughby in 1553. Willem Barentsz voer in 1596 rond het noordelijkste punt van de eilanden en overwinterde aan de oostelijke kust, dichtbij de noordelijke top. Zijn expeditie overwinterde in een zelfgemaakt onderkomen, het Behouden Huys. Gedurende deze reis werden de eilanden voor het eerst in kaart gebracht. Gerrit de Veer maakte van deze tocht een reisverslag. Hij beschreef op 24 januari 1597 een zonsopgang, twee weken eerder dan verwacht. Voor het verschijnsel is pas in 1998 een verklaring gevonden, een arctische luchtspiegeling en bekend als het Nova Zembla-effect.
| Bronnen, noten en/of referenties: |
|