Over de oorsprong van het leven zijn in de geschiedenis vele theorieën ontstaan en ook vandaag de dag is het vraagstuk nog niet opgelost.
Inhoud |
In de oudheid nam men aan dat het leven door de goden of een oergod geschapen was. Onder de Griekse filosofen waren er die een soort evolutietheorie aanhingen en geloofden dat bijvoorbeeld insecten, muizen en vissen uit modder en rottende stoffen ontstonden. Vooral Aristoteles was een aanhanger van deze theorie, ook bekend als generatio spontanea ('spontane voortbrenging'). Dit werd zelfs tot ver in de 19e eeuw aangenomen totdat Louis Pasteur in 1864, vijf jaar nadat Charles Darwin The origin of species publiceerde, aantoonde dat leven alleen uit leven kan voortkomen.
Volgens de evolutietheorie en ook door daaropvolgend onderzoek aan fossielen en DNA-vergelijking van vele levensvormen is nagenoeg vast komen te staan dat het leven van eenvoudige cellen is opgeklommen tot de huidige waaier van vele verschillende soorten. Maar hoe dat eerste begin is ontstaan is nog altijd een onduidelijk punt. Men gaat ervan uit dat dit eerste leven in een soort 'oersoep' is ontstaan en de experimenten van Stanley Miller en Ilya Prigogine hebben wel enig licht hierop geworpen. Momenteel zijn er verscheidene richtingen die de nadruk bij de oorsprong van het leven leggen bij RNA (Manfred Eigen), eiwitten, enzymen of een cel-afbakening.
Aanvankelijk geloofde men algemeen dat het leven geschapen is door een godheid. Veel christenen, moslims en aanhangers van andere (meestal monotheïstische) godsdiensten gaan hier van uit. Deze creationisten, bestrijden de abiogenese heftig. Een argument dat wordt gebruikt is dat de eerste cel te complex om uit zichzelf te zijn ontstaan.
Andere christenen bestrijden abiogenese niet, maar zien het als 'geschapen proces'. Zij beweren dat God de condities heeft geschapen waardoor het proces van abiogenese kan plaatsvinden. Deze opvatting vindt men onder aanhangers van theïstisch evolutionisme. Naast de monotheïstische godsdiensten zijn er ook polytheïstische godsdiensten die een hele schare van goddelijke en geestelijke wezens aannemen. Hierbij wordt het scheppen een soort construeren door "geestelijke ingenieurs" , wereldbouwers, demiurgen genoemd.
Naast deze beschouwingen bestaat er nog de opvatting dat het leven een besmetting uit de ruimte is. Volgens de panspermiatheorie is het leven ooit ergens in het heelal ontstaan, en heeft het zich naar andere hemellichamen, en ook naar de Aarde verspreid. Hoe het leven buiten de Aarde is ontstaan blijft onduidelijk. De theorie biedt echter een langere periode en een veelheid van mogelijke locaties voor bijvoorbeeld abiogenese.
In een andere variant wordt aangenomen dat al het bestaande in de tijd onbegrensd (eeuwig) is. Daarmee is de vraag naar het begin zinloos geworden. In dat geval is het leven niet gecreëerd maar heeft het leven altijd al bestaan. Deze theorie hangt samen met de steady-statetheorie van Fred Hoyle die ook een eeuwig bestaand heelal aannam. Deze theorie was in de jaren '50 en '60 van de twintigste eeuw redelijk populair.
Tegenwoordig wordt door vele wetenschappers de Big Bang-theorie aangehangen waarin het heelal een beginpunt in de tijd heeft. Als men dit aanneemt, geeft deze verklaring geen antwoord op het begin van leven. Er zijn ook filosofen die meerdere heelallen aannemen die ontstaan en vergaan, ook tegelijkertijd in andere dimensies kunnen bestaan, en door singulariteiten leven aan elkaar overdragen, in die (niet algemeen aanvaarde) visie kan het weer wel.
Een vierde stroming gaat ervan uit dat alles leven is, dus dat het leven niet beperkt is tot de biologische entiteiten. Deze stroming of filosofie of religie stelt dat de oneindige essentie van alles zich manifesteert in de materie. Er is dus geen creatie (iets nieuws uit niets) maar een manifestatie een verschijnen in een materiële vorm die illusie (maya) is, een uitdrukking van de werkelijkheid.
Een duidelijk beeld van de abiogenese van het leven op aarde is ook van belang voor de vraag of er leven is of kan ontstaan op andere planeten. Zie ook astrobiologie.