Netencyclo, The wikipedia mirror - Nederlandstalige Encyclopedie : Oost-Timor

- Oost-Timor -

Oost-Timor :

Oost-Timor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Republika Demokratika Timor Lorosa'e
República Democrática Timor-Leste


(Details)

Wapen van Oost-Timor
(Details)

Locatie van Oost-Timor

Basisgegevens
Officiële landstaal: officiële taal: Portugees, nationale taal: Tetun, werktalen: Engels en Bahasa Indonesia
Hoofdstad: Dili
Regeringsvorm: Republiek
Religie: Katholiek 90%, Islam 4%, Protestant3%
Oppervlakte: 14.874 km² [1] (-% water)
Inwoners: 924.642 (2004[2])
1.108.777 (2008[3]) (74,5/km² (2008))
Overige
Volkslied: Pátria Pátria
Munteenheid: Amerikaanse Dollar en Centavos (alleen munten) (###)
UTC: +9
Web | Code | Tel. .tl | TLS | 670
Voorgaande staten
 Indonesië 2002 (Onafhankelijk van Indonesië)
Topografie
Kaart van Oost-Timor (VN) [klik voor vergroting]

Portaal:Landen & Volken
  Landen & Volken

De Democratische Republiek Oost-Timor of Timor-Leste (Tetun: Timór Lorosa'e, Portugees: Timor-Leste) is een eilandstaat in Zuidoost-Azië of, afhankelijk van de definitie, in Oceanië. Het land bestaat uit de oostelijke helft van het eiland Timor, de eilanden Atauro en Jaco, en Oecussi-Ambeno, een politieke exclave van Oost-Timor, aan de westelijke zijde van het eiland, omringd door West-Timor. West-Timor behoort tot Indonesië.

Vóór de erkenning van onafhankelijkheid op 20 mei 2002 was Oost-Timor 24 jaar lang met harde hand bezet door Indonesië. Toen Oost-Timor in 2002 lid werd van de Verenigde Naties koos het voor zijn Portugese naam Timor-Leste.

Etymologisch gezien is de naam Timor voor het hele eiland een verbastering van het Maleise timur dat "oost" betekent. De Indonesische naam voor Oost-Timor, Timor Timur, betekent letterlijk het "oostelijke oosten". Deze naam wordt in Indonesië vaak weergegeven met het acroniem Timtim.

Inhoud

Taal

In het oostelijk deel van Oost-Timor is het Fataluku de algemene omgangstaal geworden. Elke groep heeft daarnaast nog een andere taal. In bepaalde dorpen wordt het Makoewa gesproken. Deze heel andere taal is recent in het dorp Mehara in kaart gebracht door onderzoeker Van Engelenhoven van de Rijksuniversiteit Leiden.

Geschiedenis

Vroege geschiedenis

Geschat wordt dat de eerste mensen zich vestigden op Timor tussen 40.000 en 20.000 voor Chr. De eerste bevolking vestigde zich op Timor als deel van de migratiestroom die in die tijd plaatsvond in Oceanië of beter Australazië. De eerste bevolking waren Australiden. Later (rond 3.000 voor Chr.) vestigden zich Melanesiërs op Timor, weer later gevolgd door Maleisiërs. Deze laatste groep was afkomstig uit het zuiden van China en het noorden van Indochina. De eerste bewoners vluchtten naar de bergen in het binnenland en een groot deel woont daar nog steeds. Deze eerste bewoners lijken op Aboriginals.

De Timorezen leefden vrij geïsoleerd. De bevolking bestond niet uit zeevaarders maar uit op land gerichte mensen. Daardoor was er vrijwel geen contact met andere bewoners binnen de regio. Contact met mensen buiten het eiland was er via andere zeevarende naties zoals China en India, waarmee Timor handel dreef in metaal, rijst, textiel, specerijen, sandalhout, bijenwas en slaven.

In de 16de eeuw verschenen de eerste Europeanen. Deze eerste Europese bezoekers meldden dat het eiland bestond uit kleine koninkrijkjes (stammen) met hun eigen leiders.

Kolonisatie

Standbeeld van Jezus in hoofdstad Dili

In het begin van de 16de eeuw arriveerden de Portugezen op Timor, ze vestigden er handelsposten. Aan het einde van de 16e eeuw volgden de Nederlanders. Beide landen waren vooral geïnteresseerd in de handel in specerijen. Portugese missionarissen stichtten in 1556 het dorp Lifau.

In de daarop volgende eeuwen zouden de Nederlanders de Indonesische Archipel gaan overheersen met uitzondering van de oostelijke helft van Timor, waar de Portugezen de macht namen. In 1702 werd Oost-Timor een kolonie van Portugal onder de naam Portugees-Timor. De Portugezen introduceerden grootschaligere landbouw in Oost-Timor van onder ander maïs en koffie. Met behulp van Portugese musketten begonnen de Timorezen ook meer te jagen. De Portugezen introduceerden het Katholicisme, het Latijns alfabet, de drukpers en het onderwijssysteem. In de kerk en de handel werd Portugees de eerste taal.

De eerste Portugeese Gouverneur arriveerde in 1702: António Coelho Guerreiro, Lifau werd de hoofdstad. De Portugezen werkten nauw samen met plaatselijke leiders (chiefs) om de controle te behouden. In 1767 werd Dili de hoofdstad van Portugees-Timor. Met de Nederlanders, die de hele Indonesische Archipel willen beheersen, werd in 1859 het Verdrag van Lissabon gesloten waarbij Oost-Timor in Portugese handen bleef. Met dit verdrag werd ook de grens tussen Oost- en West-Timor vastgesteld. De definitieve grens werd in 1916 formeel vastgesteld in Den Haag, deze grens geldt vandaag de dag nog steeds tussen Oost-Timor en het Indonesische West-Timor.

De Portugezen hadden Timor lange tijd louter als handelspost gezien tot de eigen economie instort aan het begin van de 20ste eeuw. De Portugezen probeerden daarna meer winst te halen uit hun koloniën en stuurden troepen naar Oost-Timor. Hierdoor groeide het verzet tegen de Portugese overheerser. Zo'n 3.000 rebellen vonden de dood in die periode.

Tweede Wereldoorlog

In 1941 werd Oost-Timor ingenomen door Nederlandse en Australische troepen om Oost-Timor te beschermen tegen een inval van Japan tijdens de Tweede Wereldoorlog. In februari 1942 vond er toch een Japanse invasie plaats, waarbij de Nederlanders en Australiërs kansloos waren. Timor werd deel van Japan. Een paar honderd Australische en Nederlandse soldaten startten een guerrilla, daarbij geholpen door de Timorezen. Uiteindelijk vertrokken de soldaten en lieten Timor aan zijn lot over, waarna de Japanners wraak namen op de inheemse bevolking. Geschat wordt dat de bezetting door Japan zo'n 40.000 tot 60.000 Timorezen het leven kost. Na de oorlog lag de economie in puin en kampt Timor met hongersnood.

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog meldden de Portugezen zich weer. In 1948 werd West-Timor deel van het dan onafhankelijke Indonesië, Oost-Timor bleef in handen van Portugal. Portugal probeerde de economie nieuw leven in te blazen, maar stuitte op steeds meer binnenlands verzet. Om zich te richten op de economie droeg Portugal het onderwijs over aan de Katholieke kerk. Hierdoor zou het katholisisme belangrijk toenemen. Het onderwijssysteem verbeterde ook nu het in kerkelijke handen is. Helaas profiteerden maar weinig inwoners van dit schoolsysteem, in de 70'er jaren telde Oost-Timor nog ruim 90% analfabeten. De kleine geschoolde elite zou later de onafhankelijkheidsstrijd tegen Indonesië leiden.

Dekolonisatie

In 1974 vond in Portugal de Anjerrevolutie plaats. De Portugese dictatuur maakte plaats voor democratie. Het nieuwe regime koos voor dekolonisatie van de Portugese koloniën Mozambique, Angola, Guinee-Bissau, Kaapverdië, Sao Tomé en Principe en Oost-Timor. Vanaf april 1974 werden de eerste Timorese politieke partijen toegelaten, er kwamen er drie naar voren. Eén partij wilde volledig onafhankelijk zijn, één wilde een protectoraat onder Portugal en de derde wilde dat Oost-Timor zich aansloot bij Indonesië. De Timorezen, niet gewend aan verkiezingen, streden over de stemmen en er volgde een korte burgeroorlog. De onafhankelijkheidspartij riep zichzelf tot winnaar uit in 1975, de onafhankelijkheid volgde nog dat jaar op 28 november 1975.

Indonesische overheersing

Iets meer dan een week na de declaratie van onafhankelijkheid viel Indonesië op 7 december 1975 Oost-Timor binnen. Er volgde een bloedige strijd die in 1976 beslecht werd in het voordeel van Indonesië, Indonesië benoemde Oost-Timor tot 27ste provincie van Indonesië en noemde het voortaan Timur Timur. De Verenigde Naties zou deze annexatie nooit erkennen. Ondanks het verzet van de Verenigde Naties werd Indonesië gesteund door de Verenigde Staten, Australië en het Verenigd Koninkrijk die verwachtten dat Indonesië de regio stabiliseerde. Na de overwinning van Indonesië was Oost-Timor decennialang het toneel van bloedige gevechten, executies, martelingen en hongersnood. Hoewel de Verenigde Naties aandacht vroeg voor de leefsituatie in Oost-Timor, drong dit niet door tot de internationale gemeenschap. Dat veranderde op 12 november 1991 met het Bloedbad van Santa Cruz. Tijdens een vreedzame demonstratie kwamen ongeveer 250 jongeren om als Indonesische militairen zonder waarschuwing het vuur openden. De Indonesische overheid verklaarde aanvankelijk dat bij dit 'incident' 12 tot 19 studenten waren omgekomen. Nader onderzoek, onder ander door Amnesty International, toonde een veel hoger aantal jeugdige slachtoffers aan. Ook bleken in de dagen volgend op dit drama nog eens zeker 200 jongeren te zijn omgebracht in het ziekenhuis en op de politiebureaus, wat het totaal aantal doden op rond de 450 bracht. Filmbeelden over dit bloedbad, gemaakt door buitenlandse journalisten, gingen de hele wereld over.

Onafhankelijkheid in 2002

In 1998 trad president Soeharto gedwongen af. Onder binnenlandse en buitenlandse druk stemde zijn opvolger, Habibie, in met het houden van een referendum waarin Oost-Timor de keuze kreeg tussen òf meer zelfbestuur binnen Indonesïsche grenzen òf totale onafhankelijkheid. Dit referendum vond plaats op 30 augustus 1999. Ondanks intimidaties door het Indonesische leger en de pro-Indonesische milities stemde 78,5% van de bevolking vóór onafhankelijkheid. Direct na het bekend worden van de uitslag trokken leger en milities plunderend, moordend en brandstichtend door de straten. De VN evacueerde al hun personeel en liet de bevolking over aan het geweld. Driekwart van de bevolking sloeg op de vlucht of werd gedwongen gedeporteerd naar het Indonesische West-Timor. Zeker 2.000 mensen werden gedood. De opstandelingen vernietigden bijna de hele infrastructuur en staken steden in brand. Een methode die ook in het hedendaagse Oost-Timor nog vaak wordt toegepast tussen rivaliserende benden.

INTERFET in Oost-Timor in 2000

Op 20 september 1999 arriveerde de INTERFET(International Force for East Timor) onder leiding van Australië. Het Indonesische leger trok zich terug en vele milities hadden geen andere keus dan te vertrekken naar het Indonesische West-Timor. Op 25 oktober 1999 nam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties resolutie 1272 aan, waarin de verantwoordelijkheden van de UN Transitional Administration in East Timor (UNTAET) werden vastgesteld. Deze tijdelijke organisatie nam het bestuur over het gebied volledig over, inclusief de rechtspraak, waarmee het één van de meest vérstrekkende VN-missies ooit was. De internationale troepenmacht kondigde aan de misdadigers te vervolgen, maar hier kwam nauwelijks iets van terecht.

In 2002 vertrok de internationale troepenmacht en werd Oost-Timor onafhankelijk. Timor-Leste, zoals Oost-Timor zichzelf noemt, werd internationaal erkend. De bezetting door Indonesië heeft ongeveer 200.000 tot 250.000 Timorezen (1/4 tot 1/3 van de bevolking) het leven gekost.

Xanana Gusmão werd gekozen tot eerste president van het land.

De crisis van 2006

In april 2006 braken er rellen uit in Dili. Er bestond dan al langere tijd onvrede binnen leger en politie omdat er sprake zou zijn van discriminatie. Nadat de helft van het leger ontslagen werd, sloeg het leger aan het muiten, deze muiterij sloeg over naar de politie. Tijdens de rellen werden 40 mensen gedood en sloegen 20.000 mensen op de vlucht richting West-Timor. In mei raakten pro-regeringstroepen slaags met de ontevreden muiters. Omdat leger en politie niet of nauwelijks functioneerden, kunnen ondertussen bendes hun gang gaan. Er werd geplunderd, brand gesticht en gemoord, bijna een kopie van 1999. De minister-president Mari Alkatiri vroeg de internationale gemeenschap om hulp, hierop stuurden Australië, Maleisië, Nieuw-Zeeland en Portugal troepen naar het eiland in de hoop de rust te herstellen. Op 26 juni 2006 trad de minister-president af. Hij werd opgevolgd door José Ramos-Horta op 8 juli 2006. Vlak daarna liet president Xanana Gusmão weten dat hij niet meer beschikbaar was voor een nieuwe termijn. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen in april 2007 laaide het geweld weer op. Uiteindelijk won minister-president José Ramos-Horta de verkiezingen op 20 mei 2007. Gusmão, de voormalige president, werd benoemd tot minister-president op 8 augustus 2007. Kortom: Gusmão en José Ramos-Hortae hadden van plaats gewisseld. Ramos-Horta raakte op 11 februari 2008 zwaar gewond tijdens een aanslag op zijn leven. Deze aanslag werd gepleegd door Alfredo Reinado, een gevluchte soldaat die - naar later zou blijken - een coupe had voorbereid. Reinado kwam om tijdens de aanslag. Ook op minister-president Gusmão werd een aanslag gepleegd, maar hij blijft ongedeerd. De Australische regering heeft in 2008 meer troepen naar Oost-Timor gestuurd. Oost-Timor heeft, naar het zich nu (medio 2008) laat aanzien, nog een lange weg te gaan voordat er sprake is van stabiliteit.

Het land wordt geplaagd door bendes die terug te voeren zijn op de onafhankelijkheidsstrijd uit de 70'er jaren. Deze bendes bestrijden elkaar en passen wederzijds de tactiek van 'de verschroeide aarde' toe. In de hoofdstad Dili zijn duizenden huizen in vlammen opgegaan, de inwoners wonen veelal in tenten. Er zijn nog steeds tienduizenden mensen op de vlucht voor bende-gerelateerd geweld.

Districten

Zie Bestuurlijke indeling van Oost-Timor voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Oost-Timor is verdeeld in 13 districten die op hun beurt weer zijn verdeeld in sub-districten. Lautém, Baucau, Viqueque, Manatuto, Dili, Aileu, Manufahi, Liquiçá, Ermera, Ainaro, Bobonaro, Cova-Lima, Oecussi-Ambeno

Economie

Oost-Timor heeft ook op economisch gebied zwaar te lijden gehad onder de onafhankelijkheidsstrijd. Oost-Timor is met een BBP per hoofd van de bevolking van $400 het armste land ter wereld. De werkloosheid zou er 50% bedragen. De oliebronnen voor de kust van Oost-Timor bieden echter perspectief op meer welvaart in de toekomst. Over de oliewinning zijn afspraken gemaakt met Australië.

Tegen het einde van 1999 is ongeveer 70% van de economische infrastructuur van Oost-Timor vernield door de Indonesische troepen en anti-onafhankelijkheidsmilities, zodat meer dan 300.000 mensen westwaarts vluchtten. De volgende 3 jaren werd een groot internationaal programma opgestart, met ongeveer 5.000 vredestroepen (8.000 top) en 1.300 politieagenten, die voor zowel de reconstructie van stedelijke gebieden als de plattelandsgebieden moesten zorgen.

Sinds het einde van 2005 zijn alle vluchtelingen teruggekeerd of verhuisd naar Indonesië. Het land staat voor grote uitdagingen in het voortzetten van het herbouwen van de infrastructuur, het versterken van het jonge burgerlijke beleid, en banen creëren voor jonge mensen. De ontwikkeling van olie- en gaswinning in nabijgelegen wateren is begonnen en mede door de hoge olieprijzen gaat dit voorspoedig. Omdat er geen productiefaciliteiten in Timor zijn, levert dit echter weinig banen op. Het gas gaat door buizen naar Australië, waar het verder verwerkt wordt.

De uitbraak halverwege 2006 van geweld en burgerlijke onrust zorgde ervoor dat de economische activiteiten weer afnamen. Mede daardoor wordt de echte non-olie groei van het BBP in 2006 negatief ingeschat. Veel van de vredestroepen zijn vervangen door VN-agenten/-soldaten. Australië heeft na de aanslagen op de president en minister-president van Oost-Timor in 2008 nieuwe troepen gestuurd.

Hoewel Oost-Timor toeristische potentie heeft, is het toerisme door de rellen vrijwel non-existent. Het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse zaken en de CIA is in 2008 negatief. Naar aanleiding van de aanslagen op president Ramos-Horta en minister-president Gusmao werd de noodtoestand afgekondigd en een avondklok ingesteld. Op 22 april 2008 werd de noodtoestand opgeheven met uitzondering van het district Emera. De algemene veiligheidssituatie in Timor-Oost is instabiel. De politieke, economische en sociale verhoudingen zijn slecht, hierdoor doen zich regelmatig ongeregeldheden voor vooral in en rond Dili en in de grensgebieden met West-Timor. Toeristen - voor zover die er al zijn - wordt verder aangeraden demonstraties en grote bijeenkomsten te mijden. Ook het transport en de accommodaties zijn zeer beperkt, als ze al aanwezig zijn. De infrastructuur in Timor-Oost, vooral buiten Dili, is zeer gebrekkig. De wegen zijn heel erg slecht en in het regenseizon (december – april) onbegaanbaar. Er is vrijwel geen straatverlichting, de elektriciteit valt regelmatig uit en er is veel criminaliteit met name na zonsondergang. De criminaliteit wordt vooral veroorzaak door jeugdbendes. Ook vindt er piraterij plaats in de zee rond Timor voor.

Zie ook

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:


Oost-Timor - Recente sterfgevallen

Oost-Timor - Actueel

© 2008 Netencyclo - Netencyclo Hoofdpagina - Voorbehoud - Privacybeleid - Program Policies
Netencyclo, the Wikipedia mirror : the biggest multilingual free-content encyclopedia on the Internet. Deze pagina is het laatst bewerkt op 31 mrt 2007 om 23:58. De tekst op Wikipedia is zonder enige vorm van garantie beschikbaar onder de GNU Free Documentation License. All Wikipedia content is licensed under the GNU Free Documentation License (see details). Content on this web site is provided for informational purposes only. We accept no responsibility for any loss, injury or inconvenience sustained by any person resulting from information published on this site. We encourage you to verify any critical information with the relevant authorities.