| Dit artikel past in de serie over de Orthodoxie |
|
|
Ook bekend als |
|
|
De belangrijkste concilies Theologie |
|
|
Patriarchaten |
|
|
Autocephale Kerken |
|
|
Liturgie |
|
|
Personen |
|
|
Kerkinterieur |
|
|
Liturgische gewaden |
|
Oosters christendom of oosterse Kerken is de term die oorspronkelijk werd gebruikt voor de Kerken in het oosten van het Middellandse Zeegebied, in het bijzonder die in het Byzantijnse Rijk. Thans wordt ermee bedoeld de Kerken van Oost- en Zuidoost-Europa en van het Midden-Oosten. Door emigratie bevinden zich vele leden van oosterse Kerken in West-Europa en Amerika, zodat het begrip niet meer uitsluitend geografisch bepaald is.
Men maakt onderscheid tussen:
Deze Kerken zijn, zoals de Latijnse Kerk, ontstaan uit de "oerkerk" van Jeruzalem, maar onderscheiden zich door eigen eredienst, wetgeving, gebruiken, cultuur en dergelijke. Conflicten tussen de verschillende kerkgemeenschappen leidden tot scheuringen of schisma's en hadden tot gevolg dat bepaalde kerkgemeenschappen hun eigen weg gingen. Wereldwijd schat men het aantal oosters-orthodoxen op 225 tot 300 miljoen[1] en het aantal oosters-katholieken op 16 miljoen[2].
Inhoud |
De eerste schisma's vonden reeds plaats in de vijfde eeuw naar aanleiding van de concilies van Efeze (431) en Chalcedon (451), en leidden tot het ontstaan van wat men de oriëntaals-orthodoxe Kerken is gaan noemen.
Tot deze kerken rekent men:
Deze kerken beroepen zich wat hun geloofsleer betreft op de eerste oecumenische concilies van de ongedeelde kerk, te weten het Eerste Concilie van Nicaea (325), het Concilie van Constantinopel I (381) en (met uitsluiting van de Assyrische Kerk) het Concilie van Efeze. Zij hebben een andere viering van de kerkelijke feestdagen en gebruiken uitsluitend de Juliaanse kalender, uitgezonderd de Armeens-apostolische Kerk, die sinds 1924 de Gregoriaanse kalender gebruikt.
In de 11e eeuw (1054) vond het Groot Schisma plaats tussen het oostelijke en het westelijke deel van de christenheid van het Romeinse Rijk. Dit leidde tot de scheiding tussen de oosters-orthodoxe of Byzantijnse Kerken en de Rooms-katholieke of Latijnse Kerk.
De oosters-orthodoxe Kerken hebben hun eigen, veelal nationale organisatie. Ze delen echter hetzelfde geloof (orthodoxie). Hun totaal aantal gelovigen wordt geschat op ongeveer 150 miljoen. Deze kerken worden niet, zoals de Rooms-katholieke Kerk, centraal geleid. Ze kennen geen paus. In principe zijn alle bisschoppen gelijk, in de praktijk zijn er bepaalde gradaties. De oecumenisch patriarch van Constantinopel heeft de eerste plaats onder de oosterse patriarchen (primus inter pares, de eerste onder de gelijken), de 'voorzitter'. Het is echter een moreel leiderschap, geen autoritair.
Betreffende de oosters-orthodoxe Kerken maakt men onderscheid tussen autocephale en autonome kerken.
Er zijn ook grote groepen orthodoxe christenen die in de “diaspora” leven: in West-Europa, Noord- en Zuid-Amerika, en Australië. Daarnaast zijn er een aantal ‘missiekerken’ in Afrika, Indonesië, Korea, enz.
Van bijna alle bestaande orthodoxe Kerken hebben grote groepen christenen zich, om politieke, maatschappelijke of theologische redenen, met de paus van Rome verenigd. Zij vormen de zogenaamde Geünieerde Kerken of oosters-katholieke Kerken. Zij vieren de eigen oosterse riten (bijvoorbeeld de Goddelijke Liturgie) en hebben hun eigen hiërarchie en canonieke status.
Enkele voorbeelden hiervan zijn:
| Referenties: |
|