Palataal betekent in de fonetiek de vorming van een klank door de tong met het harde verhemelte (Lat. palatum) contact te laten houden. Afhankelijk van de druk waarmee dit wordt gedaan en van de bijkomende kromming van de tong en van de mate van doorlaten van lucht, zal de geproduceerde klank dan gaan van een zachte /ng/ over /nj/ of /ñ/, /j/, /ch/ naar /sj/. Door de tongpunt naar boven te richten ontstaan de /l/ klank.
In het Sanskriet wordt ook voor andere palatale klanken gebruik gemaakt van de tongpunt, door die helemaal verticaal omhoog midden tegen het verhemelte te houden. Dit noemt men retroflex. Op die manier ontstaan voor ons onbekende klanken zoals de getongde nasale /ṭ/ /ṭh/ /ḍ/ /ḍh/ /ṇ/ /ṛ/ /ṝ/ /ḷ/ /ḹ/ /ṣ/ ...
In het Nederlands wordt een palatale klank meestal geschreven met een 'j' na de letter. Dat komt overeen met het klankgevoel van de Nederlander, die nauwelijks verschil hoort. Het woord 'huisje' wordt bijvoorbeeld meestal met een palatale 's' uitgesproken, maar wie een gewone 's' en een 'j' uitspreekt, spreekt ook goed Nederlands.
Dat is anders in het Frans. Een Fransman constateert vaak dat een Nederlander 'moncheur' zegt, met een palatale 's', in plaats van 'monsieur', met een 's' en een 'i'. De Nederlander hoort het verschil niet. Ook maakt men in het Frans een duidelijk onderscheid tussen 'les jeux' (de spellen, met een palatale 'z') en 'les yeux' (de ogen, met een 'z' en een 'i'), terwijl een Nederlander geen verschil hoort en zich afvraagt waarom hij verkeerd verstaan wordt.
Het Latijnse alfabet heeft geen tekens om palatale klanken aan te geven. In de moderne talen worden deze klanken op verschillende manieren geschreven.
| Klank | Nederlands | Duits | Engels | Frans | Spaans | Italiaans |
|---|---|---|---|---|---|---|
| ch | ich, che | |||||
| dz | g, j | |||||
| l | lj | ll | gl | |||
| n | nj | gn | ñ | gn | ||
| s | sj | sch | sh | ch | x (in streektalen) | |
| ts | tsj | tsch | ch | ch | ||
| z | zj | j |
| Navigatie in de fonetische klanksoorten | |
|---|---|
|
Soorten medeklinkers: Nasaal - Bilabiaal - Labiaal - Dentaal - Labiodentaal - Alveolaar - Palataal - Retroflex - Velair - Laryngaal - Gutturaal |
|
| Dit artikel is een beginnetje over taal. U wordt uitgenodigd op bewerk te klikken om uw kennis aan dit artikel toe te voegen. |