Netencyclo, The wikipedia mirror - Nederlandstalige Encyclopedie : Paleis op de Dam

- Paleis op de Dam -

Paleis op de Dam :

Paleis op de Dam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Paleis op de Dam.
De zilveren troffel.
Het nog nieuwe Stadhuis, thans Paleis, er voor de Waag en het nog niet gedempte Damrak. Foto: bmz.amsterdam.nl.
De Dam in de 18e eeuw, met het Stadhuis, thans Paleis, erachter de Nieuwe Kerk en rechts de in 1808 afgebroken Waag. Foto: bmz.amsterdam.nl.
De nog niet gedempte Nieuwezijds Voorburgwal met het Stadhuis, thans Paleis. Foto: bmz.amsterdam.nl.

Het Koninklijk Paleis op de Dam is een koninklijk paleis dat staat op de Dam in de binnenstad van Amsterdam.

De entree ligt aan de Nieuwezijds Voorburgwal op No. 147. Aan deze zijde staat op het gebouw Atlas die de wereldbol draagt. Het gebouw staat dus eigenlijk met de achterzijde naar de Dam.

Het is gebouwd tussen 1648 en 1665 als stadhuis van Amsterdam. De architect is Jacob van Campen. Sinds 1808 is het in gebruik als koninklijk paleis.

Inhoud

[bewerk] Bouw

Voor de vervanging van het bouwvallig geworden gotische stadhuis van Amsterdam waren verschillende ontwerpen ingediend. De Vrede van Münster in 1648 bracht zo'n euforie met zich mee dat het meest ambitieuze plan werd uitgevoerd. Dit was in het midden van wat later de Gouden Eeuw werd genoemd. Het stadhuis werd gebouwd op een schaal die in Europa nog niet eerder was vertoond. Het werd het grootste niet-religieuze gebouw van de oude wereld. Het gebouw kan daarmee gezien worden als een belangrijk symbool van het vrijzinnige Amsterdam, de stad waarin al sinds het einde van de middeleeuwen mensen van alle gezindten 'hun' plek kunnen vinden. Het "achtste wereldwonder" werd de parel in de kroon van Amsterdam. Het gebouw moest de rijkdom en het aanzien van de stad Amsterdam weerspiegelen. De bouw kostte 8,5 miljoen gulden, een gigantisch bedrag in die tijd.

Het gebouw rust op 13.659 palen, een aantal dat vroeger elk Amsterdams schoolkind leerde ('dagen van het jaar, eentje ervoor, negentje erachter'). Het werd geheel opgetrokken uit Bentheimer-zandsteen (oorspronkelijk zeer licht gekleurd) en met name in het interieur veel marmer. Jacob van Campen liet zich inspireren door de Romeinse bestuurlijke paleizen. Voor de burgemeesters van Amsterdam, die zich de consuls van een nieuw Rome waanden, werd een nieuw Capitool gebouwd.

Het stadhuis van Jacob van Campen is Nederlands belangrijkste historische en culturele monument van de Gouden Eeuw. De zilveren troffel, die bij het leggen van de eerste steen werd gebruikt, wordt nog steeds tentoongesteld.

[bewerk] Stijl en vorm

Het paleis is een monumentaal gebouw, sober van versiering, maar helder van opzet, in de stijl van het Hollands classicisme. Het beeldhouwwerk mocht nergens de aandacht afleiden van het grootse geheel.

[bewerk] Gevel

De compositie van de gevel is harmonieus en voldoet aan de ideale klassieke verhoudingen. De zware sokkel draagt twee pilasterorden die beide een hoog en een laag venster beslaan, overeenkomend met een hele en een halve verdieping erachter. In navolging van Vincenzo Scamozzi is een Korinthische orde boven een composiet geplaatst. De middenpartij met het fronton komt iets naar voren, evenals de hoekpaviljoens.

[bewerk] Beeldhouwwerk

De heldere structuur van het gebouw is zo overheersend dat het fraaie beeldhouwwerk nauwelijks opvalt. We zien de festoenen op grachtenhuizen overal in de stad nagevolgd. Het meest indrukwekkend zijn de timpanen met beeldhouwwerk in marmer en de bronzen beelden op de frontons.

[bewerk] Koepel

Koepel van het paleis. Foto: bmz.amsterdam.nl.

Boven de middenpartij rijst een hoge koepel op, van waaruit men de aankomst van de schepen op het IJ kon zien.

De koepel wordt bekroond door een windwijzer in de vorm van een koggeschip, het oude symbool van de stad Amsterdam. Volgens het oorspronkelijke plan zou de koepel bekroond worden door acht beelden: de acht windrichtingen. Dit plan is niet uitgevoerd.

[bewerk] Voordeur

Opvallend is het ontbreken van een monumentale ingangspartij. Het stadhuis is dan ook gebouwd als een vesting. In alle vensters op de begane gond zitten zware tralies. In de vensters van de Vierschaar zijn de openingen (waardoor musketten konden worden gestoken om zo een mogelijk bestorming van de ingang af te weren) nog duidelijk zichtbaar. De monumentale Burgerzaal (en daarmee de bestuursverdiepingen van het gebouw) was tot aan de verbouwing tot paleis slechts via 2 smalle trappen achter de vierschaar te bereiken, die op hun beurt weer op goed verdedigbare bronzen hekken stuiten. De veronderstelling dat de zeven onversierde bogen, slechts enkele treden hoger dan straatniveau (zonder stoep: letterlijk een lage drempel), duidelijk zouden maken dat het stadhuis van iedere burger was, moet dan ook een misverstand worden genoemd. Het gebouw was, als het erop aankwam vooral de huisvesting van een oligargie; het klootjesvolk had er niets te zoeken. Het getal zeven van de bogen werd ook wel gezien als symbool voor de zeven gewesten van de Noordelijke Nederlanden, maar in de bouwtijd wordt daarvoor geen bewijs gevonden.

De ontwerper van het stadhuis was Jacob van Campen, maar de technische uitvoering werd verzorgd door stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. Van Campen kwam in 1654 in conflict met het stadsbestuur, waarna Daniël Stalpaert de volledige leiding kreeg.

Het beeldhouwwerk werd gemaakt door Artus Quellinus en zijn medewerkers. In 29 juli 1655 werd het stadhuis feestelijk ingehuldigd, maar het was toen nog niet voltooid. Joost van den Vondel wijdde 1378 dichtregels aan de inwijding, in zijn gedicht Inwydinge van het Stadthuis.

Pas in 1665 was het gebouw gereed, terwijl aan de inrichting van de vertrekken tot aan het begin van de 18e eeuw werd gewerkt.

[bewerk] Inrichting

De Burgerzaal in het Paleis. Foto: bmz.amsterdam.nl.
Een gedeelte van de marmeren vloer met de kaart van Europa.

Het centrum van het stadhuis is de Burgerzaal. Naast de Burgerzaal lagen twee door galerijen omgeven binnenplaatsen. Prominent in de Burgerzaal staat het beeld van Atlas. In de vloer zijn drie cirkels, met kaarten van het oostelijk en westelijk halfrond en een sterrenkaart, ingelegd. Voor de burgers van de stad lag de hele wereld, en de hemel, onder hun voeten. De Burgerzaal moest laten zien dat Amsterdam het centrum van het universum was.

Ook bevindt zich in het stadhuis de Vierschaar. Dat is een monumentale zaal waar vroeger doodsvonnissen uitgesproken werden. Aan de wand van de Vierschaar bevinden zich drie levensgrote reliëfs: de vonnissen van de Romeinse consul Lucius Junius Brutus, de Griekse koning Zaleucus, en de bijbelse koning Salomo. Deze vonnissen beelden een onpartijdig, barmartig en wijs vonnis uit.

[bewerk] Paleis

Het gebouw is tot 1808 stadhuis gebleven. Daarna werd het aan koning Lodewijk Napoleon aangeboden als paleis.[1] De galerijen werden door houten wanden in vertrekken verdeeld. Aan de voorzijde werd een balkon aangebracht. Uit deze periode stammen ook de fraaie empire-meubelen die in het paleis zijn te zien. Dit is de grootste collectie van deze meubelen buiten Frankrijk. In 1810, toen Nederland werd ingelijfd bij Frankrijk, werd het zelfs tijdelijk een Keizerlijk Paleis.

Lodewijk Napoleon vestigde met behulp van de stadhouderlijke en Amsterdamse stedelijke collecties in het paleis een Koninklijk Museum, dat de basis zou vormen voor het latere Rijksmuseum.

In 1813 werd het even als stadhuis door Willem I teruggegeven aan Amsterdam. Het stadsbestuur zag echter op tegen weer een verhuizing en de onderhoudskosten van het gebouw, maar wilde bovendien graag de Vorst aan de stad binden. Het liet de zaak op zijn beloop en zo is sinds 1815, na de Slag bij Waterloo en het Congres van Wenen het paleis op de Dam in Amsterdam het Koninklijk Paleis van het Nederlandse koningshuis. Sedert 1936 is het, na de overdracht van alle mogelijk nog bestaande rechten van de stad op het gebouw tegen een bedrag van 10 miljoen gulden (in hedendaagse waarde +/- € 100.000.000,=),ook onbestreden rijkseigendom.

[bewerk] Restauraties en renovatie

Paleis op de Dam in 1900.
De Dam anno 2005 met zicht op het Paleis en de Nieuwe Kerk.
Model van het Paleis op de Dam in Madurodam.

In de 20e eeuw werd het gebouw meerdere malen gerestaureerd. De verbouwingen van Lodewijk Napoleon werden, voor zover het de onderverdeling van de galerijen betrof, ongedaan gemaakt, en het werd in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht. Sinds de restauratie in 1960 is het gebouw beperkt opengesteld voor het publiek.

Sinds september 2005 is het paleis gesloten voor het publiek voor weer een restauratie, die tot de zomer van 2008 zal duren. Daarbij wordt asbest verwijderd dat bij de vorige restauratie is aangebracht. Ook worden de technische installaties vervangen, waarbij (heel omstreden) een deel van een monumentale trap, een helende aanvulling (in beton met marmer bekleed) van de restauratie uit de jaren 1930-'60, moest sneuvelen. De slaapkamers voor het personeel tijdens staatsbezoeken worden gemoderniseerd en de interieurs van de gastenverblijven op de tweede verdieping worden weer opgeknapt. Dit laatste t.b.v. de koninklijke gasten, die incidenteel in het gebouw verblijven. De kosten van deze restauratie zijn begroot op 67 miljoen euro. Buiten deze restauratie pleitte de stadsdeelraad Binnenstad er in oktober 2005 voor om ook de gevel van het gebouw helemaal schoon te maken, zodat die zijn originele witte kleur terug zou krijgen. In 2008 heeft de Rijksgebouwendienst hier geld voor vrijgemaakt, en zal in 2009 beginnen met de reiniging.[2] Opvallend is dat de Rijksgebouwendienst geen bij deze restauratie aansluitend herstel aan de inwendige kunstschatten heeft begroot. [bron?]

De verwachting is dat vanaf het voorjaar 2008 er weer de mogelijkheid bestaat om het gebouw te bezichtigen of (gedeeltelijk) te huren/gebruiken voor (culturele) evenementen.

[bewerk] Huidige gebruik

Het feit dat het oude – en zo sterk symbolische – stadhuis tegenwoordig een koninklijk paleis is geworden, is niet een kwestie die veelvuldig in de openbaarheid bediscussieerd wordt. De gevoeligheid t.a.v. het koningshuis en de in Amsterdam gevreesde onderhoudskosten van het kapitale pand zijn hieraan waarschijnlijk debet. Onder de oppervlakte heerst bij verschillende – enigszins – ingewijden evenwel onvrede over de huidige status van het gebouw. Het oude stadhuis was vooraleerst een symbool van een krachtige en zelfbewuste burgerij die kerk en koning op voet van gelijkheid benaderde. Natuurlijk past het type plechtige representatie niet meer bij het "democraties wezen" van onze lagere overheid; het gebouw is thans meer geschikt als paleis, en bij het rijk in betere handen. Als stadhuis zou het gebouw de jaren 1960-'70 niet ongeschonden zijn doorgekomen. Ook het met de huidige functie meekomende gesloten karakter roept hier en daar weerstand op. De koninklijke familie woont voornamelijk in Den Haag. En toen Koningin Beatrix in het begin van haar koningschap voorstelde meer in het paleis te gaan werken, omdat in Den Haag alles in restauratie was, stuitte dat bij het Amsterdamse bestuur op grote tegenstand, al was het maar omdat men belemmeringen voor het gemotoriseerde verkeer in de binnenstad verwachtte. Alleen bij ceremoniële staats- en familie-aangelegenheden functioneert het paleis op waarlijk grootse wijze. Elke vreemde vorst wordt in het paleis te Amsterdam ontvangen, elke president die dat verzoekt eveneens. Voor het overige lijkt het gebouw een museum

Alhoewel de bevolking via de belastingen de renovaties betaalt, krijgt ze er weinig voor terug. Dat is in wezen natuurlijk inherent aan alle monumentenzorg. Op de momenten dat de Koningin en de leden van het Koninklijk Huis geen gebruik maken van het paleis, en dat is dus vrijwel het hele jaar, is het gebouw echter af en toe opengesteld door de Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam. Vaak is er in de zomer een tentoonstelling. Zo is na de uitreiking van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst in de maand oktober de mogelijkheid de geselecteerde kunstwerken te bekijken.

Geert Mak noemde het gebouw in zijn boek Stadspaleis het Stadhuis van Oranje. In de afsluitende paragraaf van het boek "Stadhuis van Oranje", dat uitgegeven is ter ere van het 350-jarig bestaan van het gebouw (150 jaar als stadhuis en 200 jaar als paleis) vindt men de oproep om het gebouw in ceremoniële zaken ook weer te laten functioneren als stadhuis, voor bijvoorbeeld ontvangsten van de burgemeester.

[bewerk] Canon van Amsterdam

[bewerk] Externe links

[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
  • De eerste versie van deze pagina werd overgenomen van de website van het Amsterdamse Bureau Monumenten & Archeologie.
  • Het Stadspaleis: de geschiedenis van het Paleis op de Dam, door Geert Mak, uitgave 1997. ISBN 90-254-2464-3.
  • Het paleis op de Dam, door M.G. Schenk en J.B.Th. Spaan, De Boekerij, Baarn, 1968.
  • Het Koninklijk Paleis op de Dam historisch gezien, door Jacobine E. Huisken, De Walburg pers,Zwolle 1989
  1. ^ Het Parool: Hoofdstad is 200 jaar, even niet aan gedacht
  2. ^ Renovatie buitenzijde Paleis op de Dam

Paleis op de Dam - Recente sterfgevallen

Paleis op de Dam - Actueel

© 2008 Netencyclo - Netencyclo Hoofdpagina - Voorbehoud - Privacybeleid - Program Policies
Netencyclo, the Wikipedia mirror : the biggest multilingual free-content encyclopedia on the Internet. Deze pagina is het laatst bewerkt op 31 mrt 2007 om 23:58. De tekst op Wikipedia is zonder enige vorm van garantie beschikbaar onder de GNU Free Documentation License. All Wikipedia content is licensed under the GNU Free Documentation License (see details). Content on this web site is provided for informational purposes only. We accept no responsibility for any loss, injury or inconvenience sustained by any person resulting from information published on this site. We encourage you to verify any critical information with the relevant authorities.