Pelota vasca (Baskisch pelottespel) is een spel waarbij twee spelers, of twee teams van elk twee spelers, elkaar een bal van ongeveer 5 centimer doorsnede via een muur toespelen. Pelota vasca wordt gespeeld met de blote hand, met een racket (Pala of paleta) of met een cesta, een kleine gebogen mand. De bal mag slechts één stuit op de grond maken alvorens teruggespeeld te worden. Een punt wordt gescoord wanneer het de tegenstander onmogelijk is de bal na één stuit terug te spelen of de bal uitslaat. Er wordt gespeeld tot een puntenaantal tussen de 25 en 50.
Inhoud |
Pelota vasca wordt gespeeld op een fronton (een overdekt gebied) of een trinquet (een veld van 9,3 meter breed en 28,5 meter lang). Wereldkampioenschappen worden gespeeld op een 36-meter lange frontonbaan van glad cement, een 54-meter lange (grand) frontonbaan van glad cement, een 30-meter lange frontonbaan voorzien van een synthetische laag en het trinquet van glad cement. De ondergrond waarop wordt gespeeld heet cancha. Het fronton wordt begrensd door:
Op de ondergrond is een Falta-lijn (de voorste lijn) en Pasa-lijn (achterste lijn) gemarkeerd. De voorspeler, die het gebied dekt dat het dichtst bij de voormuur ligt, staat tussen de Flata-lijn en de Pasa-lijn. Hij poogt de bal te onderscheppen en terug te spelen. De achterspeler staat (ver) achter de Pasa-lijn en dekt het verst van de voormuur liggende deel deel van het veld af. De voorspeler speelt de returns weg van de achtermuur en speelt direct tegen de achterspeler van de tegenpartij; de achterspeler beantwoord de aanvallen van de voorspeler van de tegenpartij, moet de bal in het spel houden en terugspelen. Op het fronton worden de varianten met de blote hand, pelota de goma, leren paleta, pala corta, frontenis en cesta punta gespeeld. De variant die op het trinquet gespeeld wordt is verwant aan het tennis.
Er zijn zeven officiële soorten pelota vasca:
| Olympische sporten | |
|---|---|
|
Olympische zomersporten Olympische wintersporten Voormalige Olympische sporten |
|