| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts |
| Psychose | ||
| ICD-9 | 290-299 | |
| OMIM | 603342 608923 603175 192430 | |
| MedlinePlus | 001553 | |
| MeSH | F03.700.675 | |
|
|
||
Een psychose is een psychiatrisch toestandsbeeld (een syndroom), waarbij de patiënt het normale contact met de - door zijn omgeving ervaren - werkelijkheid kwijt is. Bij een psychose spreekt men van positieve en negatieve symptomen, positieve symptomen zijn symptomen die bij mensen zonder psychose niet voorkomen en negatieve symptomen zijn gedragspatronen die bij mensen zonder psychose wel voorkomen. Positieve symptomen kunnen zijn:
Negatieve symptomen kunnen zijn: Weinig spreken, een gebrek aan initiatief tonen, een verstoord dag/nacht ritme (o.a. omdraaien van het ritme), het hebben van weinig energie, een gebrek aan het maken van gebaren, een vlakke gezichtsuitdrukking hebben of zich terugtrekken. Vaak duidt het opkomen van de negatieve verschijnselen, of beter gezegd het verdwijnen, bij mensen die een psychotische gevoeligheid hebben op een beginnende psychose, behandeling in dat stadium, of het wegnemen van de oorzaken (stress oorzaken of bv drugs gebruik) kunnen de werkelijke psychose voorkomen.
Inhoud |
De symptomen van een psychose (vooral de hallucinaties of de wanen) zijn vooral bekend bij schizofrenie en andere psychiatrische ziektebeelden zoals een bipolaire stoornis type I. Maar in feite kan iedereen een psychose krijgen onder zeer extreme omstandigheden zoals oorlog en mishandeling.
Er zijn diverse psychoses, zoals de zwangerschapspsychose of de postnatale psychose, veroorzaakt door grote hormonale schommelingen en slaapgebrek. Ook kan men een psychose krijgen door drugsgebruik. Bij een alcoholvergiftiging kan ook een psychose optreden, meer bekend onder de naam delirium. Soms krijgt een persoon een psychose na een ernstige depressie of burn-out. Toch kan men zeggen dat een psychose niet iets is dat je 'normaal' gesproken zomaar kunt krijgen. De meeste mensen krijgen ondanks de meest extreme omstandigheden (vluchtelingen uit een oorlog) geen echte psychose, maar hooguit dissociatie en angstaanvallen. Maar een kleine groep mensen krijgt bij relatief weinig externe factoren (verlies van baan, echtscheiding, verhuizing) toch een psychose. Waarschijnlijk heeft dit met aanleg te maken: een te weinig of te veel voorkomen van stoffen in de hersenen.
Soms is de aanloop naar een psychose heel langzaam, maanden. En soms snel.
Iedereen kent het fenomeen dat na het horen van een ernstig bericht (overlijden van een dierbare) of na een ernstig auto-ongeluk etc, men even 'van de wereld' is. Men ervaart de wereld anders.
De mens ervaart de wereld altijd subjectief, maar heeft normaal gesproken het rationele deel van de hersenen nog om zaken te relativeren en in context te plaatsen. Als je een slecht humeur hebt lijken alle mensen op straat lelijk. Als je vrolijk bent ziet de wereld er ook vrolijker uit. Maar bij een psychose wordt de waarneming van de buitenwereld helemaal gekleurd en niet meer gerelativeerd door de ratio. Uiteindelijk staat men tijdelijk los van de realiteit. Er is niet echt een verschil meer tussen jezelf en de rest van de wereld. Een typisch voorbeeld van een psychose is bijvoorbeeld dat je denkt dat personen op de tv tegen jou praten, dat reclames een speciale boodschap aan jou laten zien, dat de buren jou steeds in de gaten houden etc.
Soms is de situatie niet zo duidelijk en verandert een burn-out of depressie langzaam in een psychose. Het is een glijdende schaal, een grijs gebied tussen dissociatie (van de wereld zijn) dat iedereen wel kent, en de totale psychose waarbij je dingen ziet die er niet zijn. Er zijn vele gradaties hier tussenin.
Sommige mensen weten van zichzelf niet dat ze een psychose hebben (gehad), terwijl anderen zelfs tijdens de psychose weten dat ze dingen zien die er niet kunnen zijn, en zichzelf aanmelden voor opname.
Psychosen worden doorgaans behandeld met antipsychotica zoals dopamineblokkers die bekend staan om hinderlijke bijwerkingen die de motoriek storen, energie wegnemen, afvlakken en initiatief wegnemen. Gebrek aan medicatietrouw kan een probleem zijn bij behandeling van een psychose. Antipsychotica moet vaak bij manisch depressieven of schizofrenen levenslang geslikt worden, terwijl de patiënt geen psychoseverschijnselen meer ervaart. Veel patiënten kunnen na een behandeling af met een lage dosis antipsychotica, sommigen zelfs zonder. Sommige patiënten zijn van mening dat hem/haar niets mankeert; het is de rest van de wereld die raar doet. Zodra de medicatie gestopt wordt komt bij sommigen de psychose terug, en meestal heviger.
Daarentegen voelen anderen juist de psychose lang van te voren aankomen. Zij hebben al eerder een psychose gehad en herkennen de symptomen. Een volgende psychose kan eenvoudig voorkomen worden door op zo'n moment een lage dosering antipsychoticum te nemen.
Een psychose is schadelijk voor de hersenen, het kan wel een half jaar duren voor de persoon weer een boek kan lezen. Tijdige behandeling kan langdurig ziekteverzuim voorkomen of mensen behouden voor de arbeidsmarkt.
De geschiedenis wijst uit dat mensen met 'flexibele hersenen' tegelijk ook juist degenen zijn die hun voetsporen nalaten in de kunst en wetenschap doordat zij verbanden kunnen leggen die anderen niet zien.
Men zou mensen die gevoelig zijn voor psychosen kunnen vergelijken met diabetici. Bij suikerziekte wacht men ook niet net zolang tot iemand bewusteloos in het ziekenhuis ligt, en dient men pas daarna insuline toe. Zo zou men antipsychotica ook kunnen zien: er is een teveel van een stofje (dopamine) in de hersenen en men kan het voelen aankomen. Het is zaak om dan op tijd het middel te nemen.
In het psychiatrisch handboek DSM-IV worden de volgende psychotische stoornissen onderscheiden:
De naam psychose werd in 1845 voor het eerst gebruikt door de Oostenrijkse psychiater Ernst von Feuchtersleben.