| 1 april 1865 - 24 septembert 1929] | |
Richard Adolf Zsigmondy |
|
| Geboorteland | Duitsland |
| Geboorteplaats | Wenen |
| Plaats van overlijden | Göttingen |
| Nobelprijs voor de | Scheikunde |
| In | 1925 |
| Reden | "Voor zijn demonstratie van de heterogene aard van colloïdoplossingen en zijn gebruikte methodes." |
| Voorganger(s) | Fritz Pregl |
| Opvolger(s) | Theodor Svedberg |
Richard Adolf Zsigmondy (Wenen, 1 april 1865 - Göttingen, 24 september 1929) was een Oostenrijks-Duitse scheikundige van Hongaarse afkomst die Colloïdes bestudeerde. Hij kreeg in 1925 de Nobelprijs voor de Scheikunde. The Zsigmondy krater op de maan is naar hem genoemd.
Hij begon te studeren aan de medische faculteit van de Universiteit van Wenen, maar stapte al snel over naar de Technische Universiteit van Wenen om scheikunde te studeren. Zijn leraar was Von Miller, bij wie hij zijn onderzoekscarrière startte. In 1893 werd hij assistent hoogleraar in Graz. Daar deed hij zijn belangrijkste werk aan colloïden. Later werkte hij aan goud hydrosol en ontwikkelde de slit-ultramicroscoop.
Zijn academische carrière vervolgde hij in Göttingen als hoogleraar scheikunde. Hij zou daar de rest van zijn leven blijven.
| Winnaars van de Nobelprijs voor de Scheikunde (1901-1925) |
|---|
|
1901: Hoff · 1902: E.Fischer · 1903: Arrhenius · 1904: Ramsay · 1905: Baeyer · 1906: Moissan · 1907: Buchner · 1908: Rutherford · 1909: Ostwald · 1910: Wallach · 1911: Curie · 1912: Grignard, Sabatier · 1913: Werner · 1914: Richards · 1915: Willstätter · 1918: Haber · 1920: Nernst · 1921: Soddy · 1922: Aston · 1923: Pregl · 1925: Zsigmondy |