1.Eileider, 2.Blaas, 3.Schaambeen, 4.G-spot, 5.Clitoris, 6.Urinebuis, 7.Vagina, 8.Eierstok, 9.Dikke darm, 10.Baarmoeder, 11.Fornix uteri, 12.Baarmoederhals, 13.Endeldarm, 14.Anus
|
|
De urineblaas (Latijn: vesica urinaria) is bij zoogdieren een orgaan dat de urine uit de nieren verzamelt en deze opslaat tot het moment van urineren.
De urine komt de blaas binnen via de urineleiders en verlaat deze uiteindelijk via de urinebuis.
Blaasonderzoek wordt gedaan door een cystogram, of door een cystoscopie.
| Urinewegstelsel |
|---|
|
Nier (Ren) - Urineleider (Ureter) - Urineblaas (vesica urinaria) - Plasbuis (Urethra) |
| Organen van het menselijk lichaam | |
|---|---|
|
Alvleesklier · Baarmoeder · Bijnieren · Bijschildklier · Darmen · Eierstokken · Galblaas · Hart · Hersenen · Hypofyse · Longen · Lever · Maag · Milt · Nier · Prostaatklier · Schildklier · Teelballen · Twaalfvingerige darm · Urineblaas · Wormvormig aanhangsel · Zwezerik |