| 2 september 1853 - 4 april 1932 | |
| Geboorteland | Letland |
| Geboorteplaats | Riga |
| Plaats van overlijden | Leipzig |
| Nobelprijs voor de | Scheikunde |
| In | 1909 |
| Reden | "Voor zijn verdiensten in de katalyse en voor zijn onderzoek naar chemische evenwichten en reactiesnelheden." |
| Voorganger(s) | Ernest Rutherford |
| Opvolger(s) | Otto Wallach |
Friedrich Wilhelm Ostwald (Lets: Vilhelms Ostvalds), (Riga, Letland, 2 september 1853 – Leipzig, 4 april 1932) was een Duits chemicus.
Ostwald studeerde en promoveerde in de chemie aan de Universiteit van Dorpat, waar hij vervolgens een docentschap bekleedde. In 1882 werd hij hoogleraar aan het Polytechnicum van Riga. In 1887 werd hij benoemd in Leipzig. Met Van 't Hoff stichtte hij het Zeitschrift für Physikalischer Chemie. Hij ontdekte in 1888 de verdunningswet.
Ostwald stond lange tijd bekend als een groot tegenstander van de kinetische gastheorie en de daarop gebaseerde statistische thermodynamica zoals die door de Oostenrijker Ludwig Boltzmann en de Amerikaan Josiah Willard Gibbs in die tijd werden ontwikkeld. Hij wenste moleculen hooguit als bruikbare hypothesen op te vatten, niet als werkelijk bestaande entiteiten. Pas in 1909, toen de Fransman Jean Perrin uit experimentele metingen aan de Brownse beweging het getal van Avogadro kon berekenen, ging hij als een der laatsten om.
Hij won de Nobelprijs voor scheikunde in 1909 onder andere voor zijn werk omtrent katalysatoren. Wilhelm Ostwald ontwikkelde ook het Ostwaldproces dat tot op heden gebruikt wordt op industriële schaal om salpeterzuur te produceren. Dit salpeterzuur werd een belangrijke grondstof voor de kunstmeststoffen.
Ostwald streefde ook naar de eenheid van alle wetenschappelijke kennis, o.a. door een poging om de economie op thermodynamische leest te schoeien en door samen met Ernst Haeckel een Duitse monistenbond op te richten, die een wetenschappelijk wereldbeeld moest ontwikkelen, vrij van godsdienstige invloeden. In 1933, dus na zijn dood, zou dit door het pas aangetreden Nazi-bewind worden opgeheven. Een ander door hem mede opgericht genootschap, Die Brücke, zette zich in voor de standaardisering van alle wetenschappelijke kennis, ook van de geesteswetenschappen, en voor de stimulering van een wereldtaal, die eerst Esperanto moest worden en later het Ido. Dit genootschap moest in 1914 wegens geldgebrek worden opgeheven.
Ostwald was ook een gepassioneerd amateurschilder en ontwierp een eigen kleurenleer in Die Farbenfibel, gepubliceerd in 1916, die in Duitsland veel invloed zou hebben.
Hij overleed op 4 april 1932 op 78-jarige leeftijd in het ziekenhuis in Leipzig.
| Winnaars van de Nobelprijs voor de Scheikunde (1901-1925) |
|---|
|
1901: Hoff · 1902: E.Fischer · 1903: Arrhenius · 1904: Ramsay · 1905: Baeyer · 1906: Moissan · 1907: Buchner · 1908: Rutherford · 1909: Ostwald · 1910: Wallach · 1911: Curie · 1912: Grignard, Sabatier · 1913: Werner · 1914: Richards · 1915: Willstätter · 1918: Haber · 1920: Nernst · 1921: Soddy · 1922: Aston · 1923: Pregl · 1925: Zsigmondy |