Sir William Jones (Londen, 28 september 1746 – Calcutta, 27 april 1794) was een Brits rechter en taalkundige. Hij is vooral bekend geworden door zijn onderzoek naar het oude India en als de ontdekker van de Indo-Europese taalfamilie.
Inhoud |
Jones werd in Londen geboren. Zijn vader, die ook Sir William Jones heette, was een beroemd wiskundige. William Jones jr. zelf was een begaafde jongen met een talenknobbel. Op de middelbare school van Harrow leerde hij Latijn en Grieks volgens de traditionele methode van grammaticastudie en vertalen.
Ofschoon zijn vader was overleden toen William pas drie jaar oud was, kon hij toch aan de universiteit studeren. Hij studeerde aan het University College, Oxford. Daar leerde hij ook Arabisch, maar ditmaal bedacht hij zelf een heel moderne methode: naast grammaticastudie en vertalen liet hij zich begeleiden door een Arabisch moedertaalspreker. Vervolgens richtte hij zich op het Perzisch, en hij leerde een beetje Mandarijn-Chinees. Er wordt vaak gezegd dat hij aan het einde van zijn leven maar liefst 28 talen beheerste.
Toen hij zijn studie afrondde in 1764, kon Jones voor de komende zes jaar meteen werk vinden als docent en vertaler. In die periode vertaalde hij de Histoire de Nader Chah uit het Perzisch in het Frans. Dat was een opdracht van Koning Christiaan VII van Denemarken; de koning had William Jones bezocht. Jones was al een beroemde oriëntalist op 22-jarige leeftijd. Dit boek was zijn eerste werk in een rij werken, niet alleen over het Perzisch maar ook over het Turks en het Midden-Oosten in het algemeen.
Vanaf 1770 studeerde hij rechten, en zijn vak als jurist zou hem ten slotte naar India brengen. Hij was eerst in Wales gestationeerd, en kreeg daarna de opdracht om in Parijs met Benjamin Franklin te onderhandelen over een oplossing voor de Amerikaanse Revolutie. Maar hij slaagde daar niet in.
Daarna werd hij naar Calcutta, Bengalen, uitgezonden. Deze stad was toentertijd de hoofdstad van Brits India. Daar werd hij in het Hooggerechtshof aangesteld.
In India begon William Jones zich steeds meer te interesseren voor de Indiase beschaving, die toen nog nauwelijks werd bestudeerd door westerse geleerden. Hij richtte de Asiatic Society of Bengal op, waarvan 29 mede-Europeanen lid werden. Zijn advies om ook hindoe- en moslimgeleerden toe te laten, volgden zij niet op.
De volgende tien jaren zou hij een stortvloed van werken over India publiceren en praktisch alle moderne studie over India in de sociale wetenschappen initiëren. Hij heeft dan ook werken geschreven over rechtswetenschappen, muziek, literatuur, botanie en geografie. Ook heeft hij vertalingen gemaakt van belangrijke werken uit de Indiase letterkunde.
Van al zijn bevindingen is Jones voornamelijk beroemd geworden door zijn uitspraak dat het Sanskriet verwant is aan het Grieks en Latijn. In zijn boek The Sanscrit Language (1786) zet hij uiteen dat deze drie talen een gemeenschappelijke oorsprong hebben. Verder vermeldt hij ook dat ze mogelijk verwant zijn aan het Gotisch, de Keltische talen en het Perzisch. Vermoedens in deze richting waren er al eerder geweest (zie hieronder), maar Jones kwam tot zijn conclusie op meer systematische gronden. Tot het denkbeeld van een taalfamilie kwam hij onder invloed van zijn botanisch werk: hij hielp bij het opzetten van de beroemde Londense bonatische tuin, Kew Gardens.
Zijn derde artikel, dat uitgegeven werd in 1798 en de beroemde philologer-passage bevat, wordt heel vaak geciteerd in boeken over de vergelijkende taalwetenschap en Indo-Europese studies.
De Nederlander Marcus Zuerius van Boxhorn (1612 — 1653) en anderen waren er zich in het midden van de 17e eeuw al van bewust geweest dat het Oud-Perzisch mogelijk verwant is aan de Europese talen. Ook toonde een Amerikaanse kolonist, Jonathan Edwards Jr., in 1787 in een publicatie aan dat de Algonquin- en Iroquois-taalfamilies (dus niet alleen de talen, maar hele families) verwant zijn; hij staafde dit met bewijzen (iets wat Jones niet deed).
Toch wordt het aan Jones toegeschreven dat de Indo-Europese studies, en de vergelijkende taalwetenschappen in het algemeen, populair werden.
Hij baande de weg voor latere taalwetenschappers (Bopp, Grimm) en heeft door zijn geschriften vele nieuwe begrippen in het Engels geïntroduceerd, vaak in de vorm van leenwoorden. De opkomst van de Romantiek als Engelse literaire stroming, met als exponenten onder meer Lord Byron en Samuel Taylor Coleridge, wordt mede toegeschreven aan Jones' invloed; vertalingen van "oosterse" werken maakten deel uit van het complex van oorzaken dat tot deze stroming leidde.
| Bronnen, noten en/of referenties: |