Windsor Castle is een van de residenties van het Britse Hof, de Britse koninklijke familie verblijft hier regelmatig. Het kasteel staat in het stadje Windsor in het graafschap Berkshire.
Inhoud |
Windsor Castle is het grootste nog bewoonde kasteel ter wereld; en dit al gedurende ruim 900 jaar. De oppervlakte beslaat ruim 26 are. De meeste vorsten gebruikten het als tweede woning, omdat zij er de voorkeur aan gaven in Buckingham Palace in Londen te wonen. Sommigen, waaronder koning George IV gebruikten het ook als hun hoofdverblijfplaats. Sinds 1917 draagt het koninklijk huis ook de naam Windsor (zie Huis Windsor).
Het kasteel werd in 1070 gebouwd door Willem I de Veroveraar, als verdedigingsburcht. Daarna is het aanzienlijk veranderd en uitgebreid, naar de modernere noden van de tijd. In zijn huidige vorm werd het gebouwd in de tijd van Hendrik II en Hendrik III (eind 12e en begin 13e eeuw). Onder koning Eduard III (14e eeuw) werd het uitgebouwd tot koninklijke residentie. Een van de mooiste onderdelen is de door Eduard IV opgezette St. George's Chapel (1475 - 1528), in de zogeheten perpendiculair style. Koningin Victoria zette de Staatsvertrekken het eerste open voor het publiek in 1845. Het kasteel herbergt een unieke verzameling tekeningen (Leonardo da Vinci, Holbein) en schilderijen van de Koninklijke Collectie.
Het kasteel bestaat uit 2 grote delen gescheiden door de grote middeltoren (Round Tower); in de toren is een deel van de koninklijke collectie en de koninklijke archieven gehuisvest. Op deze toren wappert de Grote Koninklijke Standaard (6x8 meter) als de vorstin er verblijft. Aan de ene kant ligt de Lower Ward, met de Saint George's chapel, waar de thuisbasis ligt van de Most Noble order of the Garter. In de Kapel bevindt zich de rustplaats van 10 Britse monarchen, o.a. Eduard IV, Hendrik VI, Hendrik VIII, Karel I, George III, George IV, Willem IV, Eduard VII, George V en George VI. Saint George's Chapel is gebouwd door Eduard IV (r. 1461-70 and 1471-83) en voltooid door Hendrik VIII. In de Lower Ward wordt ook dagelijks de ceremoniële wacht afgelost.
Aan de andere kant in de Upper Ward, liggen vooral de privé-vertrekken van de koninklijke familie; ook liggen er staatsvertrekken die worden gebruikt voor staatsbanketten, o.a. Saint George's Hall die 55,5 meter lang is en 9 meter breed. Het kasteel is ingericht met ongelofelijke collecties porselein, meubels, klokken, schilderijen, keramiek, boeken, manuscripten, wapens en textilia, die allemaal worden beheerd door de koningin.
Karel II legde de Long Walk aan; een 5 kilometer lange weg die het kasteel verbindt met Windsor Great Park. Ooit was het park een jachtterrein van de monarchen, gekocht door Karel II in 1680; tegenwoordig is het onderdeel van de Crown Estate. In oktober 2003 onthulde de koningin er haar jubileumstandbeeld.
Op 20 november 1992 (om 23u33) vond er een grote brand plaats, die 15 uur duurde; hij bracht veel schade toe aan de grote staatsvertrekken in de Upper Ward. Ruim 100 zalen en salons werden beschadigd. Onderzoek wees uit dat de brand was ontstaan doordat een gordijn, na langdurig in aanraking te zijn geweest met een lamp, vlam vatte in de Private Chapel. De gevolgen waren rampzalig; het ganse middeleeuwse dakgebint van de St George's Hall werd in de as gelegd, en grote schilderijen gingen verloren, omdat ze niet konden worden verplaatst. Vele mensen van de koninklijke huishouding en het leger moesten helpen de ontelbare kunstschatten te evacueren, midden in de nacht. De koningin kwam zelf kijken en moest machteloos toezien hoe een groot deel van haar kasteel in de as werd gelegd. De restauratie kostte 40 miljoen pond. Veel historisch meubilair, schilderijen, edelsmeedwerk, tapijten en documenten hadden zeer veel water of rookschade geleden. Om het werk mede te bekostigen werden verschillende koninklijke residenties opengesteld voor het publiek.
[1] Bewoner van Windsor Castle, Adriaan Beverland, 1680, 1684 - Adriaan treedt in dienst als Gentlemen of Horse bij John Vaughan, the third Earl of Carberry