Het World Wide Web (WWW), ook wel het wereldwijde web (www) genoemd, maar meestal kortweg het web, is
Inhoud |
Het WWW is ontwikkeld vanaf 1991 door de Engelse softwareontwikkelaar Tim Berners-Lee en diens projectmanager de Belg Robert Cailliau, die toen werkzaam waren op CERN, het Europese instituut voor kernfysica in Genève. Doel van het WWW was om de informatieuitwisseling te vergemakkelijken tussen de wetenschappers die samenwerken in de veelal internationale projecten van CERN. Het doel was om een wiki-achtige omgeving op te zetten waarin projectdocumentatie en andere informatie wordt aangemaakt en bijgehouden in een gemeenschappelijk gemaakte hypertext die direct over het internet te bekijken en te wijzigen is. Aangenomen mocht worden dat elke deelnemer een computer met internetverbinding had, maar niet mocht worden aangenomen dat elke deelnemer ook hetzelfde soort computer met dezelfde soort grafische mogelijkheden en hetzelfde operating system had; vandaar dat het WWW van meet af aan platformonafhankelijk is geweest.
WorldWideWeb was de naam voor zowel het project als de software die ervoor geschreven werd. De software werd door Berners-Lee ontwikkeld op de NeXT in Objective C. Daarna werd de code vertaald naar C zodat ook voor andere platforms WWW-software geschreven kon worden. Het NCSA maakte op basis van deze code in 1992 de grafische webbrowser Mosaic, die de doorbraak voor het WWW betekende, en ook een eigen webserver, en voerde tal van innovaties door. Binnen een jaar steeg het aantal webservers van een handjevol naar duizenden en werd het WWW een standaardvoorziening die even belangrijk was als e-mail. Zowel de code van CERN als die van NCSA waren open source, waardoor het ook voor derden (zoals Microsoft) relatief gemakkelijk was om WWW-software te ontwikkelen.
De oorspronkelijk technische afspraken waar het WWW uit bestaat zijn de volgende:
Sinds het ontstaan van het WWW is er aan deze afspraken flink gesleuteld; het W3C-consortium is opgericht om ze netjes te beheren. Ook zijn er allerlei aanvullende technische afspraken voor het WWW gemaakt, waarvan een deel door W3C wordt beheerd (bijvoorbeeld XML, XHTML, XML Schema, XSLT, RDF), maar sommige niet (bijvoorbeeld robots.txt en Javascript).
Het doel van het WWW was om internetgebruik eenvoudiger te maken. De gebruiker kan een wereldwijd, willekeurig groot netwerk van documenten en applicaties benaderen door niets anders te doen dan verwijzingen te volgen en formulieren in te vullen, en zonder voor elke applicatie weer aparte software te hoeven installeren; alles gaat met de webbrowser.
Veelgebruikte termen:
URLs (Uniform Resource Locators) zijn adressen van webpagina's. Ze bevatten meestal
Bijvoorbeeld: http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Wereldwijde_web&action=submit geeft een webpagina aan die benaderd wordt via HTTP, op de computer nl.wikipedia.org, met een voor de aldaar in werking zijnde webapplicatie specifieke nadere aanduiding.
Een URL kan ook verwijzen naar een protocol of documenttype dat de webbrowser zelf niet ondersteunt, bv, irc://irc.freenode.net/wikipedia-nl; in zo'n geval kan de browser een externe applicatie opstarten.
HTTP (het Hypertext Transfer Protocol) is het netwerkprotocol dat speciaal ontwikkeld is voor het WWW. Zoals de naam al zegt is het specifiek bedoeld voor het ophalen van hypertekstdocumenten (meestal geschreven in HTML).
Kenmerkend voor HTTP is dat het in principe kortlopende verbindingen maakt, waarbij steeds een enkele webpagina opgevraagd of ingestuurd wordt. Dit is verschillend van bijvoorbeeld FTP, waarbij een verbinding wordt opgezet waarover vervolgens documenten kunnen worden opgevraagd of verstuurd tot de verbinding expliciet wordt afgesloten.
HTML (HTML) is begonnen als een eenvoudige opmaaktaal voor tekst, met hyperlinks die URLs bevatten). Al snel werden plaatjes en formulieren ondersteund; allerlei verdere uitbreidingen volgden, in HTML zelf (bv. frames) en met behulp van nieuwe talen (bv. Javascript, CSS, RSS).
Er zijn verschillende versies van HTML; de meest recente heet XHTML.
Het web bevat wereldwijd enkele miljarden pagina's met informatie en ontspanning, webpagina's genaamd, die zijn georganiseerd in websites en worden verspreid door webservers. Een website hoeft niet per definitie op een webserver opgeslagen te zijn. De site moet wel te benaderen zijn door de server. Iedereen die per computer op het web is aangesloten, kan op een simpele manier de sites en pagina's doorzoeken. Een webserver is een dienstverlenende computer. De computer waaraan informatie wordt doorgegeven noemt men een client (Engels voor: cliënt, klant). Om gebruik te kunnen maken van de diensten van zo'n server zijn een webbrowser, een modem of netwerkkaart en een internetverbinding nodig.
Het plaatsen van een website op het web is eenvoudig en vindt bijvoorbeeld plaats met behulp van FTP (File Transfer Protocol). Daarnaast zijn er allerlei nog gebruikersvriendelijker methoden zoals weblogs en forums. Dit heeft tot gevolg dat de inhoud van het web niet altijd betrouwbaar is. Er staat veel onjuiste informatie op.
Via de webpagina's kunnen ook andere bestanden dan HTML-pagina's worden aangeboden. Het web is een grote verzamelplaats van o.a. afbeeldingen, muziek en films van uiteenlopende aard. Met behulp van speciale mediaplayers kunnen deze bestanden op de computer worden beluisterd en bekeken. Met zoekmachines als Google, Windows Live Search en Altavista (nu beter bekend als Yahoo! Search) kan naar deze bestanden op het web worden gezocht.
Veel aanbod van film en muziek wordt door de film- en muziekindustrie als illegaal aangemerkt. Zij steken veel energie in activiteiten om dit aanbod te doen stoppen. Daarnaast is het world wide web een mogelijkheid voor kunstenaars om hun werk aan een breed publiek te presenteren.
Het bekijken van websites noemt men surfen.