De zaadleiders (= ductus deferens) leiden het sperma vanuit de teelbal (= testis) naar de prostaat, of juist de andere kant op zodat het in de bijbal (= epididymis) opgeslagen kan worden. Ook leiden zij het sperma vanuit de teelballen naar de urinebuis (= urethra), wanneer er een zaadlozing (= ejaculatie) gaat plaatsvinden.
De lengte van elke zaadleider bij de mens is ongeveer 60 cm lang.
Bij de sterilisatie van de man wordt onder plaatselijke verdoving door middel van een kleine snede in de huid van de balzak (= scrotum), de zaadleiders doorgeknipt en dichtgebonden waardoor er azoospermie ontstaat. Men noemt deze ingreep een bilaterale vasectomie.
| Voortplantingssysteem | |
|---|---|
|
Vrouw: Eierstok (Ovaria) · Eileider (Tuba ovaria) · Baarmoeder (Uterus) · Baarmoederhals (Cervix) · Vagina (Schede) |