Een zandbank is een ophoping van zand op de bodem van een zee of meer. De zandophoping blijft onder het wateroppervlak (en is dus bijzonder gevaarlijk voor de scheepvaart).
Een zandbank kan ontstaan door het storten van zand in zee (bijvoorbeeld van uitgebaggerde havengeulen) maar ontstaat ook door stromingen. Als een zandbank ontstaat door de branding, wordt het een brandingsrug genoemd. De Thorntonbank is een voorbeeld van een zandbank voor de Belgisch/Nederlandse kust.
Vaak liggen er evenwijdig aan de kust meerdere zandbanken voor de kust in zee. Deze zorgen voor een natuurlijke kustverdediging. De ruimten tussen deze evenwijdige zandbanken worden zwinnen genoemd. De golven breken op de zandbank, waardoor er witte schuimkoppen ontstaan. Tussen de zandbanken liggen muien, diepere openingen tussen de zandbanken, waar het terugstromende water loopt. Deze zijn vanaf het strand te herkennen omdat de witte schuimkoppen van de golven daar niet meer bestaan.
Ook de term zandplaat wordt gebruikt, met name in de Waddenzee.
Als de platen droogliggen kan er zich zand afzetten, waardoor ze steeds hoger worden. Sommige platen kunnen zo groeien dat ze alleen nog bij springvloed onder komen te staan of bij extreem hoogwater. Zo kunnen ze uitgroeien tot kleine eilanden. Voorbeelden daarvan zijn: Boschplaat, Rottumerplaat en Kachelotplate.
| Zoek zandbak op in het WikiWoordenboek. |